Marc Reynebeau - licentiaat
Geschiedenis, journalist, auteur
én Bekende Vlaming - heeft een
nieuw boek geschreven, zijn 11e:
"Struikelend door het leven -
Verbeelde herinneringen".
Uitgeverij Lannoo wou het boek
graag voorstellen in Gent, omdat
Gent nu eenmaal een cultuur- én
literatuurstad is. En ook omdat
Daniël Termont daar burgemeester
is, natuurlijk. Het stadsbestuur
stelde zowaar de "Trouwkapel" in
het stadhuis ter beschikking.
Daniël leidde de avond in op
zijn eigen manier: met sérieux
én veel humor. Hij wees de
aanwezigen op de vele literaire
initiatieven in Gent
(Poëziecentrum! Literaire Lente!
Stadsdichter! Maurice
Maeterlinck! enzovoort), loofde
Marc Reynebeau om zijn mooie
carriëre en ... hekelde hem nog
eens om zijn flater in de finale
van De Slimste Mens 2006, toen
hij vergat dat ook Gent een
haven heeft.
Ook actrice Maaike Cafmeyer, die
in Gent woont en vooral bekend
werd als mevrouw Bart De Pauw in
"Het Geslacht De Pauw", mocht
haar zegje doen over het boek.
Nadien volgde een kort interview
met de auteur door
Knack-journalist Piet Piryns en
een receptie, waar Marc
Reynebeau menig boek mocht
signeren.
De spitante toespraak van Daniël
vindt u hieronder...
Marc Reynebeau is
inmiddels (veeleer tegen wil en
dank, vermoed ik) een soort
"Bekende Vlaming". Dat heeft
natuurlijk alles te maken met de
kracht en de macht van het medium
“televisie”. Ik zeg echter met opzet
'een soort', omdat je nu
eenmaal niet álle zogenaamde BV's
over dezelfde kam kunt scheren - ik
denk dat Marc mij dat ook erg
kwalijk zou nemen. Ik ben ook
zélf stilaan een Bekende
Vlaming. Toegegeven, ik ben daar als
politicus iets dankbaarder
voor - maar ik besef goed genoeg dat
hoge bomen veel wind vangen. Laat ik
dus maar gewoon verder zo goed
mogelijk proberen deze stad te
besturen.
Hoe
dan ook: mijn reputatie snelt mij
blijkbaar vooruit. In het
collegebesluit, waarin collega Rita
Uyttendaele, schepen van Protocol,
voorstelt om deze Trouwkapel ter
beschikking te stellen, staat óók
dat Uitgeverij Lannoo deze
boekvoorstelling wil laten
voorafgaan door een toespraak door
de burgemeester, om, en ik citeer: “de
officiële voorstelling een
bijzonder elan te geven”.
Telkens ik een toespraak houd zijn
de verwachtingen hooggespannen, maar
om mijn reputatie als ‘entertainer’
toch een beetje te temperen (want
het burgemeesterschap hoort men toch
met enig gevoel voor decorum te
dragen), zal ik vanavond een
kurkdroog exposé houden over de
invloed van de Nobelprijs Literatuur
op de boekverkoop in het Interbellum
in de Lage Landen. Dat is een
grapje, natuurlijk – al zal de
historicus in Marc Reynebeau dat
ongetwijfeld bijzonder jammer
vinden.
Dames en heren, als
collega-BV vroeg ik mij af: “Zou
Marc ook een eigen website hebben?”
Zoiets als www.termont.be, om maar
iets te noemen… Het lemma ‘Marc
Reynebeau’ googelen levert
niet minder dan 18.900 resultaten op
(ter vergelijking: ‘Daniël Termont’
levert 19.400 resultaten op, maar
laat dat alstublieft niet de
maatstaf zijn voor onze
populariteit), maar daar is géén
eigen website bij. Zou Marc dan op
zijn minst een netjes uitgeschreven
curriculum vitae hebben? Dat
wél, natuurlijk. Ik vond een
exemplaar op de website vacature.com
(waaruit onder ander blijkt dat één
van Marc’s hobbies ‘diepzeeduiken’
is, maar dit geweldig terzijde), én
een eigen Wikipedia-pagina, zowaar.
Tóch heb
ik, voor alle zekerheid, een
officieel exemplaar opgevraagd bij
Uitgeverij Lannoo.
Marc
Reynebeau wordt in 1956 geboren in
Congo en komt pas op zijn 12e,
als ik het goed heb, naar België.
Maar ik durf hem gerust een échte
Gentenaar noemen. Hij studeerde
Geschiedenis aan de Gentse
Universiteit, woont in Gent, en was
zélfs, helemaal in het begin van
zijn carrière, even stagiair
bij de Dienst Cultuur van de Stad
Gent. Hij ging nadien, erg jong, aan
de slag bij het weekblad Knack en
werd ook medewerker van wat
tegenwoordig de VRT is.
Marc
heeft inmiddels Knack ingeruild voor
de krant De Standaard. En, zoals al
aangehaald: zijn medewerking aan
televisieprogramma’s als “Trommels
en Trompetten”, “De Slimste Mens ter
Wereld”, “De Grote Geschiedenisshow”
en “Reynebeau & Rotten” maakten van
hem een Bekende Vlaming. Een BV die
niet alleen schrijft voor de krant,
maar ook met de regelmaat van een
klok, een nieuw boek uit zijn pen
knijpt. 10 stuks in de periode ’88 –
2006; en nú: “Struikelend door
het leven – Verbeelde herinneringen”.
Ik
mocht van de uitgeverij, een tijdje
geleden al, de proefdruk van Marc’s
nieuwe boek lezen. Melancholische
mijmeringen van iemand die het leven
zelve observeert – een
buitenstaander, een “schaduwzitter”
noemt hij het zelf, helemaal in het
begin van zijn boek. Hij heeft het
helemaal niet voor dat jachtige
gedoe van veel mensen tegenwoordig –
“geduld” is immers, ook volgens
Vacature, zijn grootste talent. In
het openingsstukje van het boek,
“Schaduw”, verwoordt hij het zo: ‘Ergernis
is geen deugd, gevoelens van onmin
of wraak laat ik niet toe. Dat alles
is toch maar verspilde energie,
omdat het nergens toe leidt. Het
verspert alleen de weg voor nieuwe,
frisse woorden en gedachten. Ik zie
hoe de waan van de dag komt
aanzetten, maar weet dat hij tegen
de avond toch weer tot verdwijnen is
gedoemd.’ Voorwaar: niet echt
iemand om in de actieve politiek te
gaan, dus…
Marc observeert niet
alleen het leven zélve, hij blikt
vooral ook terug op zijn eigen
leven.
Feitelijkheden, herinneringen en
dromen – ze maken Marc Reynebeau tot
wat hij vandaag ís, en niemand die
nog weet, óók hij zelf niet, wát nu
precies écht is gebeurd en wat
verbeeld is. En wat doet het
ertoe, het behoort allemaal alleen
de auteur toe: zijn hier en
zijn daar; zijn hoogtes en
laagtes; zijn verlegenheid, zijn
gêne, zijn verliefdheden. “Ik
werd verliefd zoals anderen ervoor
kiezen om alcoholist te worden”
tekent hij op. En nog: “Daarom is
het soms beter illusies te koesteren
dan om wensdromen echt in vervulling
te laten gaan, want de werkelijkheid
kan nooit op tegen de fantasie.”
Dames en heren,
Marc Reynebeau is niet de eerste de
beste. Hij won in 1979 de “Wetenschappelijke
Prijs” van, jawel: de Stad Gent;
en, in 2004, de “Dexia Prijs voor
Politieke Journalistiek”. Dat
heeft uiteraard ook meegespeeld in
de beslissing van het college om
deze Trouwkapel ter beschikking te
stellen voor de boekvoorstelling.
Gent profileert zich graag, en
presenteert zich al lang, als “stad
van kennis en cultuur, toegankelijk
voor iedereen”. Een presentatie
als deze, past dus uitstekend binnen
onze strategie. Want kennis en
cultuur, dat is uiteraard ook:
literatuur. Er is
bijvoorbeeld de Boekentoren,
de “4e toren van Gent”,
van de hand van Henri Vandevelde.
Het summum van
kennisvergaring én van
kennisontsluiting – zeker nu Google,
samen
met de Universiteit,
de copyrightvrije boeken uit de
collectie zal digitaliseren,
waardoor de grootste titels uit de
Nederlandstalige en Franse
literatuur wereldwijd online
beschikbaar worden.
De stad Gent zélf,
heeft ook een rijk literair verleden.
Talrijke schrijvers zijn hier
geboren; hebben hier gestudeerd,
gewoond of gewerkt. Maurice
Maeterlinck, bijvoorbeeld –
de voorlopig enige Belg die ooit de
Nobelprijs Literatuur won, in 1911.
Onze Dienst Cultuur bereidt nú al
een passend eerbetoon voor, in 2011.
Er is de “Literaire Lente”,
die steevast start in Gent. Er is
het Poëziecentrum (het énige
poëziecentrum in Vlaanderen), dat op
de Gentse Vrijdagmarkt een passende
locatie kreeg. Er is de verkiezing
van een ‘stadsdichter’,
om de 2 jaar, afgewisseld met een
stadscomponist – Roel Richelieu van
Londerseele en Erwin Mortier namen
de honneurs al waar. Er is de ‘poëzieroute’
in Gent, u moet daar maar eens op
letten als u naar het Kunstencentrum
Vooruit gaat, of een terrasje doet
op de Graslei. Er is de
stedelijke hoofdbibliotheek
aan de Zuid, die uit zijn
voegen barst en dik 80.000 bezoekers
per jaar ontvangt. En ga zo maar
door – een ongekende weelde om
zoveel moois in uw stad te hebben,
als burgemeester. Op
www.literair.gent.be staat
trouwens alle informatie over
literatuur in Gent, en Gent
in de literatuur, van de
Middeleeuwen tot vandaag.
Dames
en heren
Marc Reynebeau is ook
"ambassadeur" van de Gentse haven.
Ook dát past uiteraard binnen een
strategie, namelijk: de strategie
van onze haven die zich presenteert
als "The Friendly Port". Want Marc
is ongetwijfeld een vriendelijke
man.
Alleen als hij in de jurystoel van
De Slimste Mens plaatsneemt durft
hij wel eens uit die rol te vallen.
Hoewel wat dat betreft, niks zo erg
is als met Rik Torfs te maken
krijgen…
Enfin: dat ambassadeurschap zou een
eretitel moeten zijn, ware
het niet dat de réden waarom
hij die titel heeft gekregen, érg
beschamend is - en ik herhaal het
graag met klem, als gewezen schepen
van de Haven: érg beschamend. Ik wil
het mes nochtans niet nóg langer in
de wonde draaien: Marc, u kan het
vanavond ineens goed maken, de
receptie na afloop van het officiële
gedeelte, is op úw kosten…
“Het
gebeurt wel eens dat ik een
compliment krijg.” schrijft Marc
Reynebeau ergens halfweg
‘Struikelend door het leven’. “Dat
streelt mijn ijdelheid, vergeef me,
ik ben ook maar een mens, ik kan
niet zo onbescheiden zijn om dat
laatste te ontkennen. Maar ik
probeer er wel op te letten om
mezelf toch niet te veel verdiensten
aan te rekenen voor datgene waarvoor
ik dat compliment krijg.”
Dames
en heren, Marc Reynebeau heeft een
mooi nieuw boek geschreven –
en tenzij later zou blijken dat
iemand ánders de pen heeft gehouden,
Marc, mag u dat compliment helemaal
zélf incasseren – daar hoeft u niet
te bescheiden over te zijn.