Daniël Termont stelt nieuwe boek Marc Reynebeau voor

20.06.2008


Marc Reynebeau - licentiaat Geschiedenis, journalist, auteur én Bekende Vlaming - heeft een nieuw boek geschreven, zijn 11e: "Struikelend door het leven - Verbeelde herinneringen". Uitgeverij Lannoo wou het boek graag voorstellen in Gent, omdat Gent nu eenmaal een cultuur- én literatuurstad is. En ook omdat Daniël Termont daar burgemeester is, natuurlijk. Het stadsbestuur stelde zowaar de "Trouwkapel" in het stadhuis ter beschikking. Daniël leidde de avond in op zijn eigen manier: met sérieux én veel humor. Hij wees de aanwezigen op de vele literaire initiatieven in Gent (Poëziecentrum! Literaire Lente! Stadsdichter! Maurice Maeterlinck! enzovoort), loofde Marc Reynebeau om zijn mooie carriëre en ... hekelde hem nog eens om zijn flater in de finale van De Slimste Mens 2006, toen hij vergat dat ook Gent een haven heeft.
 
Ook actrice Maaike Cafmeyer, die in Gent woont en vooral bekend werd als mevrouw Bart De Pauw in "Het Geslacht De Pauw", mocht haar zegje doen over het boek. Nadien volgde een kort interview met de auteur door Knack-journalist Piet Piryns en een receptie, waar Marc Reynebeau menig boek mocht signeren.
 
De spitante toespraak van Daniël vindt u hieronder...

Marc Reynebeau is inmiddels (veeleer tegen wil en dank, vermoed ik) een soort "Bekende Vlaming". Dat heeft natuurlijk alles te maken met de kracht en de macht van het medium “televisie”. Ik zeg echter met opzet 'een soort', omdat je nu eenmaal niet álle zogenaamde BV's over dezelfde kam kunt scheren - ik denk dat Marc mij dat ook erg kwalijk zou nemen. Ik ben ook zélf stilaan een Bekende Vlaming. Toegegeven, ik ben daar als politicus iets dankbaarder voor - maar ik besef goed genoeg dat hoge bomen veel wind vangen. Laat ik dus maar gewoon verder zo goed mogelijk proberen deze stad te besturen.

Hoe dan ook: mijn reputatie snelt mij blijkbaar vooruit. In het collegebesluit, waarin collega Rita Uyttendaele, schepen van Protocol, voorstelt om deze Trouwkapel ter beschikking te stellen, staat óók dat Uitgeverij Lannoo deze boekvoorstelling wil laten voorafgaan door een toespraak door de burgemeester, om, en ik citeer: “de officiële voorstelling een bijzonder elan te geven”.

Telkens ik een toespraak houd zijn de verwachtingen hooggespannen, maar om mijn reputatie als ‘entertainer’ toch een beetje te temperen (want het burgemeesterschap hoort men toch met enig gevoel voor decorum te dragen), zal ik vanavond een kurkdroog exposé houden over de invloed van de Nobelprijs Literatuur op de boekverkoop in het Interbellum in de Lage Landen. Dat is een grapje, natuurlijk – al zal de historicus in Marc Reynebeau dat ongetwijfeld bijzonder jammer vinden.

Dames en heren, als collega-BV vroeg ik mij af: “Zou Marc ook een eigen website hebben?” Zoiets als www.termont.be, om maar iets te noemen… Het lemma ‘Marc Reynebeau’ googelen levert niet minder dan 18.900 resultaten op (ter vergelijking: ‘Daniël Termont’ levert 19.400 resultaten op, maar laat dat alstublieft niet de maatstaf zijn voor onze populariteit), maar daar is géén eigen website bij. Zou Marc dan op zijn minst een netjes uitgeschreven curriculum vitae hebben? Dat wél, natuurlijk. Ik vond een exemplaar op de website vacature.com (waaruit onder ander blijkt dat één van Marc’s hobbies ‘diepzeeduiken’ is, maar dit geweldig terzijde), én een eigen Wikipedia-pagina, zowaar. Tóch heb ik, voor alle zekerheid, een officieel exemplaar opgevraagd bij Uitgeverij Lannoo.

Marc Reynebeau wordt in 1956 geboren in Congo en komt pas op zijn 12e, als ik het goed heb, naar België. Maar ik durf hem gerust een échte Gentenaar noemen. Hij studeerde Geschiedenis aan de Gentse Universiteit, woont in Gent, en was zélfs, helemaal in het begin van zijn carrière, even stagiair bij de Dienst Cultuur van de Stad Gent. Hij ging nadien, erg jong, aan de slag bij het weekblad Knack en werd ook medewerker van wat tegenwoordig de VRT is.

Marc heeft inmiddels Knack ingeruild voor de krant De Standaard. En, zoals al aangehaald: zijn medewerking aan televisieprogramma’s als “Trommels en Trompetten”, “De Slimste Mens ter Wereld”, “De Grote Geschiedenisshow” en “Reynebeau & Rotten” maakten van hem een Bekende Vlaming. Een BV die niet alleen schrijft voor de krant, maar ook met de regelmaat van een klok, een nieuw boek uit zijn pen knijpt. 10 stuks in de periode ’88 – 2006; en nú: “Struikelend door het leven – Verbeelde herinneringen”.

Ik mocht van de uitgeverij, een tijdje geleden al, de proefdruk van Marc’s nieuwe boek lezen. Melancholische mijmeringen van iemand die het leven zelve observeert – een buitenstaander, een “schaduwzitter” noemt hij het zelf, helemaal in het begin van zijn boek. Hij heeft het helemaal niet voor dat jachtige gedoe van veel mensen tegenwoordig – “geduld” is immers, ook volgens Vacature, zijn grootste talent. In het openingsstukje van het boek, “Schaduw”, verwoordt hij het zo: ‘Ergernis is geen deugd, gevoelens van onmin of wraak laat ik niet toe. Dat alles is toch maar verspilde energie, omdat het nergens toe leidt. Het verspert alleen de weg voor nieuwe, frisse woorden en gedachten. Ik zie hoe de waan van de dag komt aanzetten, maar weet dat hij tegen de avond toch weer tot verdwijnen is gedoemd.’ Voorwaar: niet echt iemand om in de actieve politiek te gaan, dus…

Marc observeert niet alleen het leven zélve, hij blikt vooral ook terug op zijn eigen leven. Feitelijkheden, herinneringen en dromen – ze maken Marc Reynebeau tot wat hij vandaag ís, en niemand die nog weet, óók hij zelf niet, wát nu precies écht is gebeurd en wat verbeeld is. En wat doet het ertoe, het behoort allemaal alleen de auteur toe: zijn hier en zijn daar; zijn hoogtes en laagtes; zijn verlegenheid, zijn gêne, zijn verliefdheden. “Ik werd verliefd zoals anderen ervoor kiezen om alcoholist te worden” tekent hij op. En nog: “Daarom is het soms beter illusies te koesteren dan om wensdromen echt in vervulling te laten gaan, want de werkelijkheid kan nooit op tegen de fantasie.”

Dames en heren, Marc Reynebeau is niet de eerste de beste. Hij won in 1979 de “Wetenschappelijke Prijs” van, jawel: de Stad Gent; en, in 2004, de “Dexia Prijs voor Politieke Journalistiek”. Dat heeft uiteraard ook meegespeeld in de beslissing van het college om deze Trouwkapel ter beschikking te stellen voor de boekvoorstelling. Gent profileert zich graag, en presenteert zich al lang, als “stad van kennis en cultuur, toegankelijk voor iedereen”. Een presentatie als deze, past dus uitstekend binnen onze strategie. Want kennis en cultuur, dat is uiteraard ook: literatuur. Er is bijvoorbeeld de Boekentoren, de “4e toren van Gent”, van de hand van Henri Vandevelde. Het summum van kennisvergaring én van kennisontsluiting – zeker nu Google, samen met de Universiteit, de copyrightvrije boeken uit de collectie zal digitaliseren, waardoor de grootste titels uit de Nederlandstalige en Franse literatuur wereldwijd online beschikbaar worden.

De stad Gent zélf, heeft ook een rijk literair verleden. Talrijke schrijvers zijn hier geboren; hebben hier gestudeerd, gewoond of gewerkt. Maurice Maeterlinck, bijvoorbeeld – de voorlopig enige Belg die ooit de Nobelprijs Literatuur won, in 1911. Onze Dienst Cultuur bereidt nú al een passend eerbetoon voor, in 2011. Er is de “Literaire Lente”, die steevast start in Gent. Er is het Poëziecentrum (het énige poëziecentrum in Vlaanderen), dat op de Gentse Vrijdagmarkt een passende locatie kreeg. Er is de verkiezing van een ‘stadsdichter’, om de 2 jaar, afgewisseld met een stadscomponist – Roel Richelieu van Londerseele en Erwin Mortier namen de honneurs al waar. Er is de ‘poëzieroute’ in Gent, u moet daar maar eens op letten als u naar het Kunstencentrum Vooruit gaat, of een terrasje doet op de Graslei. Er is de stedelijke hoofdbibliotheek aan de Zuid, die uit zijn voegen barst en dik 80.000 bezoekers per jaar ontvangt. En ga zo maar door – een ongekende weelde om zoveel moois in uw stad te hebben, als burgemeester. Op www.literair.gent.be staat trouwens alle informatie over literatuur in Gent, en Gent in de literatuur, van de Middeleeuwen tot vandaag.

Dames en heren

Marc Reynebeau is ook "ambassadeur" van de Gentse haven. Ook dát past uiteraard binnen een strategie, namelijk: de strategie van onze haven die zich presenteert als "The Friendly Port". Want Marc is ongetwijfeld een vriendelijke man.

Alleen als hij in de jurystoel van De Slimste Mens plaatsneemt durft hij wel eens uit die rol te vallen. Hoewel wat dat betreft, niks zo erg is als met Rik Torfs te maken krijgen…

Enfin: dat ambassadeurschap zou een eretitel moeten zijn, ware het niet dat de réden waarom hij die titel heeft gekregen, érg beschamend is - en ik herhaal het graag met klem, als gewezen schepen van de Haven: érg beschamend. Ik wil het mes nochtans niet nóg langer in de wonde draaien: Marc, u kan het vanavond ineens goed maken, de receptie na afloop van het officiële gedeelte, is op úw kosten…

Het gebeurt wel eens dat ik een compliment krijg.” schrijft Marc Reynebeau ergens halfweg ‘Struikelend door het leven’. “Dat streelt mijn ijdelheid, vergeef me, ik ben ook maar een mens, ik kan niet zo onbescheiden zijn om dat laatste te ontkennen. Maar ik probeer er wel op te letten om mezelf toch niet te veel verdiensten aan te rekenen voor datgene waarvoor ik dat compliment krijg.”

Dames en heren, Marc Reynebeau heeft een mooi nieuw boek geschreven – en tenzij later zou blijken dat iemand ánders de pen heeft gehouden, Marc, mag u dat compliment helemaal zélf incasseren – daar hoeft u niet te bescheiden over te zijn.


[©m&b2008]