toespraak
van Daniël Termont :
Wonen in een gezonde en
geschikte woning, tegen een betaalbare
prijs, is een grondrecht. Althans, dat
zou het moéten zijn, voor iederéén.
De Vlaamse Wooninspectie
stelt in haar zesde jaarrapport, dat
handelt over de periode van oktober 2006
tot en met september 2007, dat "de
verhuur van krotten al lang geen
grootstedelijk fenomeen meer is". Ze
heeft daarom acties uitgevoerd in 73
gemeenten in het Vlaamse Gewest. Het
aantal acties liep nochtans licht terug;
het aantal geverbaliseerde panden steeg
licht, het aantal geverbaliseerde
woonentiteiten daalde lichtjes. Toch
blijven de grootsteden Antwerpen en
Gent, uiteraard, het prioritaire
actieterrein van de Wooninspectie. Het
totaal aantal geverbaliseerde panden
steeg in die 2 steden van 112 tot 140;
het aantal geverbaliseerde
woonentiteiten steeg er van 378 tot 381.
In Gent zélf ging het om
respectievelijk 88 panden en 217
entiteiten. Bovendien: van álle
geverbaliseerde woonentiteiten in
Vlaanderen bleek liefst 71,91%
onbewoonbaar - dat wil zeggen dat het er
erg ongezond, vaak zelfs
levensgevaarlijk wonen is. Gevaar voor
elektrocutie en brand, gasontploffing,
stabiliteitsproblemen, vochtproblemen,
sanitaire gebreken - het zijn allemaal
zaken die de Wooninspectie in haar
rapport illustreert met foto's die niks
aan de verbeelding overlaten...
En toch betalen de
onfortuinlijken die in die panden wonen,
nog altijd relatief hoge prijzen. Het
private huursegment is gekrompen, door
het stijgende aantal eigenaars. En voor
de meest kwetsbaren - autochtone en
allochtone armen, asielzoekers, legale
en illegale economische migranten - is
een slecht dak boven het hoofd, beter
dan helemaal géén dak.
Als ik even kort inzoom
op Gent, dan verwijs ik naar de
"Omgevingsanalyse Gent in cijfers 2007”,
van ons stedelijk Programma Dataplanning
en Monitoring. Onze stad telt zo'n
15.000 sociale woningen, goed voor 12%
van het woningenbestand. Daarin wonen
29% van alle huurders - Gent is, in
België, de stad met het hoogste aandeel
huishoudens in een sociale woning. Toch
is er momenteel nog altijd een
wachtlijst die de bouw van niet minder
dan 5.700 bijkomende sociale woningen
vereist.
Volgens de
Omgevingsanalyse zoeken
kandidaat-huurders hoofdzakelijk een
woning in het centrum of de 19e eeuwse
gordel; ruime ééngezinswoningen of
woningen met voldoende kamers, en met
een buitenruimte. Helaas is 37% van de
Gentse woningen gebouwd vóór de Tweede
Wereldoorlog; in de 19e eeuwse gordel is
dat zelfs 60%. U weet dat die woningen
vaak erg weinig comfort bieden of in
slechte staat verkeren - dat heeft
onderzoek in wijken als het Rabot, en
déze Brugse Poort, aangetoond. De prijs
van goedkope huur- en koopwoningen
stijgt nochtans snéller dan de kwaliteit
ervan...
De Gentse bestuursploeg
van sp.a, Vlaams Progressieven en
OpenVLD heeft begin vorig jaar een
bestuursakkoord gepresenteerd waarin de
strijd tegen álle vormen van uitsluiting
centraal staat. We focussen onze
inspanningen vooral op 3 domeinen: op
degelijk en toegankelijk onderwijs, op
voldoende en billijk verloond werk, en
óók op kwaliteitsvolle huisvesting en
aangenaam stedelijk wonen.
In het “Jaarboek
Armoede en Sociale Uitsluiting 2007”van
de onderzoeksgroep OASeS van de
Universiteit Antwerpen, staat het met zo
veel woorden: “De negatieve gevolgen van
een slechte woonsituatie voor de
gezondheid van de bewoners, de
onderwijsprestaties van de kinderen en
de relaties binnen het gezin kunnen
moeilijk worden overschat.” Het is die
negatieve spiraal van generatiearmoede
waar we zoveel mogelijk mensen willen
uithalen: slechte omstandigheden om
thuis te studeren, met als gevolg een
laag opleidingsniveau, slecht betaald
werk, en dús geen geld om zelf een
woning te kopen. Op de private huurmarkt
in Vlaanderen zijn werklozen, mensen met
lagere inkomens, éénoudergezinnen en
alleenstaanden oververtegenwoordigd.
Terwijl de fysieke kwaliteit van de
woningen in die huurmarkt gemiddeld
lager is dan die van eigendomswoningen –
daar verwees ik al eerder naar.
Daarom zal de Stad
Gent ook op het vlak van het
huisvestings- en woonbeleid stevig de
regie voeren, de komende jaren. Het
échte stedelijk wonen moet opnieuw een
positief imago krijgen: in een degelijk
en betaalbaar huis, met alle
voorzieningen van de stad dicht in de
buurt, maar met voldoende buurtgroen en
een openbaar domein dat zó is ingericht
dat buren elkaar ongedwongen kunnen
ontmoeten in de eigen straat of wijk.
Zodat Gent ook dát aspect kan promoten
in de nationale en internationale
concurrentieslag tussen steden.
Enkele opvallende
initiatieven zijn u ongetwijfeld bekend,
zoals de 50-20-regel, de
bouwblokrenovatie en het
stadsvernieuwingsproject “Ledeberg
Leeft”. Collega Karin Temmerman, schepen
van Stadsontwikkeling, Mobiliteit en
Wonen, zal u zo meteen veel meer
vertellen over het woonbeleid in onze
stad; over de initiatieven van het
stadsbestuur zélf, over de samenwerking
met de hogere overheid en private
partners; en over de samenwerking met en
tussen de sociale
huisvestingsmaatschappijen.
Ik wil tot slot iedereen
danken die bij de realisatie van dit
project betrokken is. Ik wens De Goede
Werkmanswoning veel succes tijdens het
bouwproces.
