'Gilbert,
je
blijft
voor
altijd
mijn
leermeester'

[27.1.2012]
Gent
heeft op
vrijdag
27
januari
2012
afscheid
genomen
van
ereburgemeester
en
minister
van
Staat
Gilbert
Temmerman.
Het deed
dat
bijzonder
passend:
in
'zijn'
Vooruit,
vandaag
een
kunstencentrum,
vroeger
het
'Feestlokaal
van de
arbeiders'.
Daniël
was één
de
sprekers.
Hij
hield
een
bijzonder
persoonlijke
en
emotionele
toespraak.
U kan
die
hieronder
integraal
lezen.
Beste
Gilbert
Je hebt,
voor de
laatste
keer,
“uwe
Vooruit”
laten
vol
lopen.
Deze
keer
echter
met
partijmilitanten,
vrienden
en
sympathisanten
die er
massaal
aan
hielden
om hier
afscheid
van u te
nemen.
Je hebt
ons
vorige
week
donderdag
wel
verrast.
Velen
van ons
hadden
nog
zoveel
afspraken
met u.
Zo zal
ons
tafel
die we
gereserveerd
hadden
in de
Groene
Staak
om,
samen
met
Frank,
ons
jaarlijks
etentje
te
houden
n.a.v.
uw
verjaardag,
leeg
blijven
staan.
We
moesten
nog
zoveel
bespreken.
We
gingen
dit doen
tijdens
ons
etentje.
Frank en
ik
zullen
nooit
weten
welke
goede
raad je
ons nog
wou
geven.
Ik
herinner
mij nog
goed,
toen ik
in 1967
bij de
jongsocialisten
kwam,
hoe ik
al
opkeek
naar
jou, om
de wijze
waarop
je het
federaal
BSP-secretariaat
leidde.
Toen ik
op 1 mei
1973 in
de Bond
Moyson
kwam
werken
als
MJA-secretaris
en
propagandist,
heb ik
de kans
gehad om
dicht
met jou
te
kunnen
samenwerken.
Jouw
inzet en
werkkracht
zijn
legendarisch.
Werkelijk
dag en
nacht
was je
in de
weer
voor de
partij.
Nimmer
liet je
de armen
zakken.
Vooral
in
verkiezingscampagnes
was jouw
werkkracht
onwaarschijnlijk.
Ik
herinner
mij nog
de dagen
en
stukken
van
nachten
die we
samen
hebben
doorgebracht;
en
hoewel
jij de
kopman
van ons
federatie
was, was
je zeker
niet te
beroerd
om te
helpen
brieven
plooien,
omslagen
vullen,
postzegels
plakken,
enz… In
die
periode
al was
je een
voorbeeld
voor
mij.
Zeker
toen ik,
in 1977,
in de
gemeenteraad
kwam,
keek ik
met
stijgende
verbazing
naar je
kennis
van de
energiedossiers.
Het was
voor mij
een
uitdaging
om deze
“moeilijke”
dossiers
ook te
proberen
te
begrijpen.
Dank
zijn
jouw
steun is
mij dat
ook
gelukt.
Hoewel
ik het
nooit zo
goed zal
doen als
jij, heb
ik toch
ontzettend
veel van
jou
geleerd.
Er is de
laatste
dagen al
zo veel
gezegd
en
geschreven
over
jouw
rijke
loopbaan.
Ik weet
dat je
dat niet
graag
zou
horen,
maar ik
weet
zeker
dat ik
niet
overdrijf
als ik
jou, in
de
geschiedenis
van het
Gentse
socialisme,
in de
rij van
vader en
zoon
Anseele
plaats.
Jouw
verdienste
voor
onze
socialistische
beweging
in deze
stad,
die je
zo nauw
aan het
hart
lag, kan
nooit
overschat
worden.
Onze
relatie
heeft in
de 45
jaar dat
we
elkaar
kennen
hoogten
en
laagten
gekend.
Ik
herinner
mij nog
levendig
de soms
hoogoplopende
discussies,
ja,
zelfs
ruzies,
die we
gehad
hebben.
Hoe zou
je
anders
willen?
Ik een
snotneus
van 23
jaar en
jij een
ervaren
politicus
van
bijna
50. Jij,
met al
jouw
ervaring,
had het
al
allemaal
eens
meegemaakt
en dan
werd je
daar
geconfronteerd
met een
jeugdige
wildebras
die met
allerlei
voorstellen
afkwam...
Je zou
voor
minder
diene
kleine
naar de
hel
wensen.
Nochtans
heeft
mijn
waardering
voor jou
nooit,
maar dan
ook
nooit,
gewankeld.
En ik
weet dat
het
omgekeerde
ook het
geval
was.
Ik was
de
mensen
van de
Gentsche
Sosseteit
zeer
dankbaar
dat ze
mij
hebben
gevraagd
om
vorige
maand,
op 8
december
om
precies
te zijn,
de
lofrede
over jou
uit te
spreken
ter
gelegenheid
van de
uitreiking
van een
Gents
Handje.
Nog zo
iets dat
jou
typeert:
Ik weet
niet
precies
hoeveel
keer ze
het jou
hebben
moeten
vragen
om die
door en
door
Gentse
onderscheiding
in
ontvangst
te
nemen,
maar ik
weet wel
dat je
dit
voordien
steeds
hebt
geweigerd.
Zo was
je:
bescheiden
en
absoluut
afkerig
van al
wat naar
lofbetuiging
over jou
als
persoon
ging. De
uitreiking
van het
Handje
heeft
mij de
gelegenheid
gegeven
om eens
publiek
mijn
enorme
appreciatie
voor jou
uit te
spreken.
Ik ben
vooral
blij dat
ik dan
ook, in
de
coulissen
van uw
Bijloke-concerthal,
de
gelegenheid
heb
gehad om
het u
ook nog
eens
onder
vier
ogen te
kunnen
zeggen.
Er zijn
daar
trouwens
mooie
foto’s
van
gemaakt.
Velen
weten
niet
welke
warme,
joviale
en
humoristische
man jij
werkelijk
was.
Slechts
diegenen
die
dicht
genoeg
bij jou
stonden
kenden
jou
voldoende
om te
weten
dat je
“ne
crème
van ne
vent”
was,
zoals we
in Gent
zeggen.
Ik ben
blij dat
ik jou
zo goed
heb
mogen
kennen
om hier
vandaag
over te
getuigen.
Vooral
de
laatste
jaren,
sinds ik
het ambt
van
burgemeester
heb
mogen
opnemen,
zijn wij
veel
dichter
naar
elkaar
toegegroeid.
Ik zal
nooit
vergeten
hoe je
mij in
mijn
bureau
zei dat
ik het
goed
deed als
burgemeester.
En
hoewel
ik –
gelukkig
-
regelmatig
complimentjes
krijg
over
mijn
werk,
was deze
opmerking
van jou
voor mij
van
onschatbare
waarde.
Het is
op die
momenten
dat we
weten
waarom
we dit
werk
doen. En
dat heb
jij in
jouw
loopbaan
zeker
ook zelf
meegemaakt.
Gilbert,
we nemen
hier
vandaag
afscheid
van jou.
Zowel
jij als
ik weten
dat we
uit stof
ontstaan
zijn en
in stof
weer
weggaan.
Wij
geloven
niet in
“iets
anders”.
Hoe hard
het ook
is, we
weten
dat,
eens je
van deze
wereld
verdwijnt,
er niets
meer is,
behalve
de
herinneringen,
foto’s
en
beelden
voor
diegenen
die
overblijven.
Maar één
zaak
weet ik
zeker en
dat is
dat jij
nimmer
of te
nimmer
uit mijn
geheugen
zult
gewist
worden.
In al
mijn
daden en
beslissingen
zullen
telkens
de
waarden
van een
humanistisch
socialisme,
zoals
jij mij
die hebt
aangeleerd,
de weg
blijven
bepalen.
Zolang
ik
krachten
heb zal
ik de
erfenis
die je
ons hebt
gegeven,
zowel in
de
socialistische
beweging
als in
de stad,
blijven
verdedigen
en naar
bestvermogen
verder
laten
leven.
Dat is
wat ik
je kan
beloven.
Je
blijft
altijd
mijn
leermeester,
ik jouw
eeuwige
leerling.
Daniël