Politici,
stadsdiensten,
Politie:
allemaal op
sociale
media?
[26.1.2012]

De evolutie
in de wereld
van de
sociale
media gaat
razendsnel,
het aantal
gebruikers
blijft
toenemen. De
vraag voor
politici,
stadsdiensten
en
politiediensten
is dan ook
al lang niet
meer: 'Gan
w'Gaan we
nieuwe en
sociale
media
gebruiken in
onze
communicatie?’
Maar wel:
'Wanneer
beginnen we
er aan, en
hoe?'
Daarom
organiseerde
de
Politiezone
Gent een
eerste
'inspiratiesessie'
over het
gebruik van
sociale
media, op
donderdag 26
januari 2012
in de
Communicatieloft
in Gent.
Korpschef
Filip
Rasschaert,
hoofdcommissaris
Steven De
Smet
(projectleider
sociale
media en op
Twitter
gekend als
'@DeFlik')
en
communicatieverantwoordelijke
Sara-Jane De
Putter ('de
hipste
ambtenaar')
van de FOD
Economie
spraken er
een 100-tal
leden van
het korps
toe.
Daniël kreeg
de eer de
spits af te
bijten. Hij
hield een
boeiend
betoog over
hoe hij
persoonlijk
met sociale
media omgaat
en wat de
ervaringen
zijn binnen
de Stad
Gent.
Hieronder
kan u zijn
volledige
toespraak
lezen.
Mijnheer de
korpschef,
beste Filip
Heren
hoofdcommissarissen
Dames en
heren
Flikken in
al uw graden
en
hoedanigheden
‘To tweet
or not to
tweet’,
’t is een
vraag die
tegenwoordig
heel wat
mensen
bezighoudt,
óók mensen
in
overheidsdienst
– en bij
uitbreiding,
de vraag of
ze
sociale
media moeten
gebruiken om
de burger te
informeren
en te
betrekken
bij het
beleid,
zoals
Facebook,
Twitter,
Linked In,
Netlog,
enzovoort.
En zo ja:
hoé dat dan
te doen?
Dames en
heren,
Steven heeft
mij gevraagd
om de
ochtend kort
voor u in te
leiden. Dit
is een
‘inspiratiesessie’,
verwacht van
mij dus geen
pasklare
antwoorden,
laat staan
dwingende
richtlijnen
over hoe de
Politiezone
Gent met de
sociale
media moet
omgaan. Daar
hebben we
specialisten
voor, die
komen zo
meteen aan
het woord.
Ik wil u wel
iets
vertellen
over mijn
eigen
ervaringen,
en over hoe
de
stadsdiensten
op dit
moment met
sociale
media
omgaan. Laat
ik beginnen
bij mijzelf.
Ergens begin
juni van
vorig jaar
heb ik mij
door enkele
jonge
creatieve
Gentenaars
laten
overhalen om
een weekje
te
experimenteren
met Twitter.
Het duurt
even voor je
je zoiets
eigen maakt,
voor je de
reflex
ontwikkelt
om
regelmatig
dat soort
korte
berichten te
posten, maar
als dat is
gebeurd,
merk je dat
je inderdaad
op een heel
snelle,
goedkope
manier, veel
mensen kan
bereiken. Ik
heb na dat
weekje dan
ook beslist
om te
blijven
twitteren.
Omdat ik al
snel de
kracht van
het medium
gewaar werd.
Ondertussen
heb ik méér
dan 7.300 ‘followers’,
mensen die
mijn
boodschappen
verder
kunnen
verspreiden
in hún
netwerk.
Da’s dus al
één iets om
te
onthouden:
je bereikt
er heel
snel, veel
mensen mee.
Geen
jongeren,
bij Twitter,
wel
volwassenen.
Meestal
hogeropgeleiden:
journalisten,
politici,
opiniemakers,
marketeers,
ondernemers,
enzovoort.
Toegegeven,
ik was
sceptisch,
in het
begin. ‘Twitteren,
jongens
toch, moest
ik dat er
óók nog eens
bijnemen?’
Vooral omdat
ik er van
overtuigd
ben dat je
als
politicus
zo’n dingen
echt zélf
moet doen,
en die niet
mag
overlaten
aan een
medewerker.
Daarom heb
ik ook geen
eigen
profiel
maar alleen
een ‘fanpagina’
op Facebook,
waarop
duidelijk
aangegeven
staat dat
die wél door
een
medewerker
wordt
beheerd.
Maar ik ben
natuurlijk
ook nog vlot
bereikbaar
via e-mail,
en ik sta er
op die
e-mails zélf
te
behandelen.
Dat vraagt
nogal wat
tijd, ik
krijg als
burgemeester
200 tot 250
e-mails per
dag, en ik
heb al een
zeer drukke
agenda…
Dat is een
tweede
belangrijke
boodschap:
continu met
sociale
media bezig
zijn, dat
vraagt
verdomd veel
tijd. Daar
moet je je
goed op
organiseren.
Een derde
belangrijke
boodschap is
(en die
wordt
trouwens in
’t algemeen
meegegeven
als het gaat
over het
gebruik van
sociale
media):
mensen
communiceren
graag met
andere
mensen,
liever dan
met een
‘anoniemere’
organisatie
of dienst
(ook al
heeft die
een
duidelijke
naam).
Het moet
écht zijn.
Wat niet wil
zeggen dat
die persoon
geen dienst
kan of mag
vertegenwoordigen.
Ik heb mijn
eigen
website waar
ik alle
informatie
op kwijtkan:
daar staat
mijn
curriculum
op,
standpunten
over
politieke
kwesties,
verslagjes
en foto’s
van als ik
ergens op
een
evenement
geweest ben,
en soms
zelfs
volledige
toespraken.
Specialisten
zullen dat
mijn
‘informatie-hub’
noemen, de
plek waar
alles
verzameld
is. Via
Twitter en
Facebook kan
ik daar naar
verwijzen,
via beide
kan ik (zelf
of via mijn
medewerker)
capteren hoe
daar op
gereageerd
wordt.
Een vierde
boodschap is
dat: zorg er
voor, mee te
zijn met wat
er verteld
wordt over
relevante
zaken, en
intervenieer
als dat
nodig is –
bijvoorbeeld
om een
standpunt te
verduidelijken,
of foute
informatie
recht te
zetten.
Dames en
heren, wat
ik nu heb
gezegd,
geldt
natuurlijk
voor een
particuliere
gebruiker.
In dit
geval, voor
een
politicus,
en da’s dan
nog een
extra
bijzondere
invalshoek.
Hoe zit het
met
organisaties,
met
diensten?
Want de
vraag is
niet langer:
‘Gaan
we nieuwe
en sociale
media
gebruiken in
onze
communicatie?’
Daar is al
een tijdlang
geen
discussie
niet meer
over. De
vragen die
we ons
wél
stellen,
zijn vragen
zoals:
‘Wélke media
zetten we
in,
complementair
met wat we
al doen in
onze
communicatiemix?’
‘Welke
informatie
gaan we
daarin
verspreiden;
en hoe gaan
we de
Gentenaars
daarbij
betrekken?’
‘Hoe gaan we
ons daarop
organiseren
in de
administratie,
wie
gaat wat
doen?’
En: ‘Is
er dan geen
nood aan
richtlijnen?’
Maar de
ultieme
vraag
blijft:
helpt het
ons een
betere
organisatie
te zijn?
Helpt het
ons om aan
de grote
informatiebehoefte
te voldoen
die mensen
hebben, en
die steeds
sneller een
antwoord
verwachten?
Zeker met
mobiele
toestellen
willen ze
alle
informatie
onmiddellijk
op hun
scherm zien,
willen ze
onmiddellijk
antwoord.
Enkele
stadsdiensten
(zoals
Dienst
Buurtwerk,
de musea,
onze Dienst
Toerisme)
waren al
begonnen met
het gebruik
van sociale
media,
vooral
Facebook
dan - zij
het dan
eerder
schoorvoetend
en zonder
duidelijk
kader. Op
dit moment
is alle
kennis
binnen de
stadsadministratie
samengebracht
om écht te
starten.
Een deel
van die
kennis, is
het
resultaat
van het
onderzoeksproject
‘Stad
Gent en
nieuwe media’
door 6
studenten
Meertalige
Bedrijfscommunicatie
van deze
Universiteit
Gent,
tijdens het
vorige
academiejaar
2010-2011.
Ze voerden
dat
onderzoek
met 4 vragen
als
leidraad:
1. heeft de
doelgroep
behoefte aan
overheidscommunicatie
via nieuwe
media, en zo
ja via welke
kanalen?
2. welk
soort
informatie
wil de
doelgroep
via welk
kanaal
ontvangen?
3. creëren
die nieuwe
media een
meerwaarde?
4. en: welke
‘tone of
voice’ moet
de Stad dan
op die
nieuwe media
gebruiken?
Uit desk
research
enerzijds,
en
focusgesprekken
en een
enquête bij
mensen die
nú al
diverse
nieuwe en
sociale
media
gebruiken,
anderzijds,
puurden ze
hun
resultaten
en
aanbevelingen.
Belangrijke
kanttekening:
de overgrote
meerderheid
van de
mensen in de
steekproef
zijn
hogeropgeleide
twintigers
die in Gent
wonen,
werken en/of
studeren.
En hier moet
ik dus al
even
vooruitlopen
op de
resultaten:
het gebruik
van nieuwe
media zal de
traditionele
media niet
wegvegen. De
Stad Gent
moét zijn
traditionele
media – het
Stadsmagazine,
‘StadsTV
Gent’ op AVS,
folders en
dergelijke
meer –
blijven
inzetten
voor dié
mensen die
niet
vertrouwd
zijn moet
nieuwe
media.
Hetzelfde
geldt
ongetwijfeld
voor de
Politie.
Hoe dan ook,
de
resultaten
waren
duidelijk en
stelden: ‘Já,
Stad Gent,
gebruik
nieuwe en
sociale
media naast
de
traditionele
media.
Gebruik
vooral uw
website,
e-mail,
Facebook en
sms,
want zo:
- krijg
je je
informatie
sneller
verspreid,
- kan de
gebruiker
zélf
zijn
informatie
selecteren,
- is er
mogelijkheid
tot
dialoog,
- én trek
je ook de
ecologische
kaart,
want wat
digitaal de
deur uitgaat
hoef je niet
meer op
papier te
zetten.’
Werk aan de
winkel, dus.
Sta mij toe
u eerst iets
te zeggen
over hoé
we ons
daarop gaan
organiseren.
Tegen 1
maart 2012
starten we
met onze
nieuwe
‘Dienst
Communicatie’,
die de
mensen die
in ‘zuivere
communicatiediensten’
werken
(zoals de
Dienst
Voorlichting,
Interne
Communicatie,
Stadspromotie,
onze
grafici,
enzovoort)
samen zal
brengen.
Dat
betekent:
alle kennis
samenbrengen,
mensen beter
doen
samenwerken,
efficiëntiewinst
en één
aanspreekpunt
voor de
communicatieverantwoordelijken
van andere
diensten.
Het spreekt
voor zich
dat, binnen
de ‘Afdeling
Planning en
Advies’ in
die nieuwe
dienst, ook
alle kennis
rond werken
met nieuwe
en sociale
media zal
worden
samengebracht
en beheerd.
Deelname aan
sociale
media moet
gebaseerd
zijn op een
plan met
doelen, en
een
bijbehorende
‘social
media policy’
met
vuistregels
en
richtlijnen.
Wat
overigens
niét wil
zeggen dat
de Stad Gent
vanaf
januari zal
werken met
één ‘social
media
manager’,
alziend
en
aldoend.
Dat wordt
trouwens ook
strikt
afgeraden in
de
aanbevelingen
van het
onderzoek:
werk niet
met één
centrale
verantwoordelijke,
maar spreid
de
verantwoordelijkheden
over de
diensten en
departementen,
op basis van
duidelijke
afspraken.
Dat is de
manier
waarop we
altijd
hebben
gewerkt
binnen onze
administratie,
en dat gaan
we ook in
dit geval
blijven
doen.
Die
policy,
die is er
al.
We hebben
die eind
december in
het college
goedgekeurd.
Ik hoorde
dat u die
vooraf al
zou gekregen
hebben; de
mensen die
de tekst al
even
doorgenomen
hebben
zullen
gemerkt
hebben dat
die niet
dwingend en
strak
is, maar dat
het vooral
gaan om
tips
voor de
mensen in de
diensten. 10
tips om
precies te
zijn, zoals
‘zorg voor
herkenbaarheid
als
officieel
initiatief’,
‘wees
voorzichtig
met
primeurs’,
‘ga de
conversatie
aan maar
toon altijd
respect’.
Voor de rest
gelden de
gewone
regels over
spreekrecht
en
zwijgplicht.
Want het
maakt, wat
dat betreft,
eigenlijk
niet uit of
je belt,
mailt of
iets op
facebook
zet: de
regels
blijven
dezelfde.
Wát
moeten we
dan vooral
doen via
sociale
media?
Ten eerste:
sociale
media
voortdurend
monitoren en
er gebruik
van maken om
standpunten
toe te
lichten, of
op een
gepaste
manier
reageren om
negatieve
kritieken
indien
nodig. Die
monitoring
kan via
Google
Alerts
en
Twitter
Search,
dat wordt
verder
onderzocht.
Ten tweede:
onze website
gent.be
verder
uitbouwen en
degelijk
beheren,
want dat is
hét centrale
punt waar
alle
informatie
te vinden
is, en waar
je mensen
ook via
nieuwe en
sociale
media naar
toe leidt.
Ten derde,
moeten we
bepalen
welke
informatie
we via welke
kanalen gaan
verspreiden
naar welke
doelgroepen.
Daar geeft
het
onderzoek
ook een
duidelijk
antwoord op,
zoals ik al
eerder zei:
vooral
e-mail,
Facebook en
sms zijn
geschikt
voor
gebruik..
Linked In
wordt
duidelijk
alleen als
formeel
professioneel
medium
beschouwd,
en kan je
heel gericht
gebruiken
voor
netwerking
en
recrutering.
Ook Twitter
zal gebruikt
worden, maar
moet, voor
gebruik door
een
organisatie,
onderdoen
voor
Facebook als
het gaat om
snelheid,
gebruiksvriendelijkheid
en
interactiviteit.
Hoe dan ook,
is de Stad
al begonnen
met
regelmatig
nieuwsberichten
uit te
sturen.
Facebook,
e-mail en
sms
bieden dus
duidelijk
ongelofelijke
kansen voor
de Stad, om
het
communicatiebeleid
een andere
richting uit
te sturen;
om méér
mensen te
bereiken,
sneller en
doelgerichter,
écht op maat
van de
gebruiker.
Vergis u
niet,
nogmaals:
altijd náást
onze
succesvolle
massacommunicatie,
zoals het
Stadsmagazine
en StadsTV.
Maar
communiceren
via Facebook,
e-mail en
sms zal een
pak schelen
wat,
bijvoorbeeld,
het
verspreiden
van folders
en het
verzenden
van brieven
betreft.
De
aanbevelingen
zijn heel
specifiek,
en gaan we
ook ter
harte nemen:
- zet al het
algemene
nieuws over
de Stad op
de
website,
en zorg dat
die altijd
up to date
is,
- verspreid
vooral
vrijetijds-informatie
– over
cultuur,
sport,
evenementen,
enzovoort –
via
Facebook,
- gebruik
e-mail en
sms voor
het
gericht
uitsturen
van
informatie,
op basis van
een
databestand
met
persoonlijke
gegevens.
Mail
informatie
in de
interessesfeer
van de
gebruiker,
waarbij hij
kan
doorklikken
naar de
website voor
meer
informatie.
Mail hem
over
dienstverlening
zoals
afvalophaling
en de
verspreiding
van
zandzakjes
in
overstromingsgebieden,
sms hem als
zijn nieuwe
identiteitskaart
of een
gereserveerd
boek in de
bibliotheek
klaar ligt.
- Ten
slotte, is
er nog de
vaststelling
dat Facebook
door 71% van
de
respondenten
het meest
wordt
gebruikt om
een mening
te uiten.
Perfect dus,
om ook via
dit kanaal
inspraak te
organiseren,
bij
projecten en
bij
wijkwerking.
Dat is wat
ik u
wou
meegeven,
vanuit mijn
‘individuele
rol’ als
burgemeester,
en als
vertegenwoordiger
van de Stad
Gent en de
stadsdiensten.
Nu is het
aan u.
Ik ben er in
elk geval
van
overtuigd
dat het
gebruik van
sociale
media ook de
dienstverlening
van de
Politie
beter kan
maken, als
ze goed
worden
ingezet. U
kan zo uw
motto ‘Uw
politie
altijd
nabij’ nog
een stuk
meer inhoud
geven. Dus
ook voor u
geldt: werk
aan de
winkel!