De
Marokkaanse
schrijver/dichter/essayist
Tahar
Ben
Jelloun
(1944)
woont
en
werkt
sinds
1971
in
Parijs.
In
zijn
oeuvre
strijdt
hij
onophoudend
tegen
racisme
en
discriminatie.
In
zijn
essay
'Papa,
wat
is
een
vreemdeling?'
legt
hij
zijn
10-jarige
Mériem
uit
wat
die
begrippen
inhouden.
Aan
de
vooravond
van
het
internationale
congres
van
de 'European
Coalition
of
Cities
Against
Racism'
in
Gent
bood
de
Universiteit
Ben
Jelloun
een
eredoctoraat
aan.
Daniël
was
één
van
de
sprekers,
u
kan
zijn
tekst
hieronder
lezen.
Mijnheer
de
rector
Mijnheer
de
schepen,
collega
Guy
Dames
en
heren
academici
en
genodigden
Monsieur
Ben
Jelloun,
en
ma
capacité
de
maire
de
la
Ville
de
Gand,
et
aussi
au
nom
de
mes
collègues
du
collège
du
maire
et
des
adjoints
au
maire,
je
suis
particulièrement
honoré
de
pouvoir
vous
accueillir
dans
notre
ville.
Honorè,
mais
pas
du
tout
étonné
–
comme
ce
n’est
pas
du
tout
une
coïncidence
que
l’Université
de
Gand,
vous
offre
ce
doctorat
honoris
causa.
Het
is
inderdaad
geen
toeval,
dames
en
heren,
dat
Tahar
Ben
Jelloun
net
hiér
een
eredoctoraat
krijgt
aangeboden.
Onze
stad
telt
vandaag
bijna
250.000
inwoners,
van
precies
159
verschillende
nationaliteiten.
Daarover
zeggen
we
dan:
‘Diversiteit
is
de
realiteit
in
Gent’.
En
dat
beschouwen
we
als
een
bijzondere
rijkdom.
Bovendien
heeft
onze
stad
een
uitstekende
reputatie,
als
‘stad
van
kennis
en
cultuur,
toegankelijk
voor
iedereen’.
De
grootste
studentenstad
van
het
land;
een
jonge,
creatieve
stad
die
de
afgelopen
jaren
werd
ontdekt
én
geroemd
door
National
Geographic,
CNN,
The
Guardian,
Le
Monde,
Der
Spiegel
en
zelfs
de
UNESCO.
Niet
de
minsten
dus,
en
dat
doet
mij
veel
plezier,
als
burgemeester.
Bovendien
heeft
Gent
een
stevige
reputatie
als
‘warme’,
solidaire
stad.
De
beroemde
Canadese
professor
en
stedenconsultant
Richard
Florida
(ook
kandidaat
voor
een
eredoctoraat
van
deze
universiteit
trouwens)
schreef
in
zijn
bestseller
‘The
rise
of
the
creative
class’
dat,
in
de
toekomst,
steden
alleen
succesvol
zullen
kunnen
zijn
als
ze
de
zogenaamde
‘3
T’s’
hebben:
talent,
technologie,
en
tolerantie.
Gelukkig
hééft
Gent
die
alledrie!
Hoe
dan
ook:
als
tweede
grootste
stad
van
het
land,
krijgt
ook
Gent
te
maken
met
de
klassieke
stedelijke
uitdagingen,
die
vooral
te
maken
hebben
met
bevolkingsgroei
en
verarming.
Gent
is
sinds
1998
continu
gegroeid
– de
laatste
jaren
vooral
door
migratie
uit
Oost-Europa,
uit
landen
zoals
Bulgarije
en
Slovakije.
Een
migratie
door
arme
mensen,
vooral.
Wat
logisch
is:
dié
mensen
zijn
op
zoek
naar
een
beter
leven
in
onze
contreien,
omdat
ze
in
hun
thuislanden
moeten
overleven
op
een
hongerloon,
of
omdat
ze
ronduit
worden
gediscrimineerd
en
verjaagd.
Toegegeven:
het
is
vaak
moeilijk
voor
een
burgemeester
om
daar
mee
om
te
gaan.
De
principes
zijn
duidelijk:
ik
ben
een
sociaal-democraat,
dus
ik
wil
zo
veel
mogelijk
mensen
helpen
een
beter
leven
te
kunnen
leiden.
Je
kan
nu
eenmaal
vooral
zien
hoé
democratisch
een
samenleving
is,
aan
de
manier
waarop
ze
met
haar
minderheden
omgaat.
Maar
de
druk
is
groot,
in
Gent.
Té
groot.
Want:
onze
solidariteit
is
dan
wel
internationaal,
ze
is
niét
grenzeloos.
Te
veel
mensen
komen
naar
onze
stad,
te
weinig
mensen
kunnen
nog
geholpen
worden.
Daar
moeten
we
allemaal
samen
iets
aan
doen.
Gelukkig
staan
we
er
als
stadsbestuur
niet
alleen
voor.
Ook
hogere
overheden
moeten
hun
verantwoordelijkheden
nemen,
en
doén
dat
ook
– al
heeft
het
lang
geduurd
vóór
dat
zo
was.
Vlaanderen
geeft
ons
extra
centen
om
begeleiding
te
voorzien
in
onze
wijken,
de
federale
overheid
probeert
misbruik
onmogelijk
te
maken.
De
Europese
tanker
is
moeilijker
van
richting
te
veranderen.
Ik
zou
zo
graag
zien
dat
de
openlijke
discriminatie
van
bevolkingsgroepen
in
de
landen
van
herkomst
keihard
wordt
aangepakt,
maar
de
molen
draait
traag.
Te
traag
naar
mijn
goesting.
Maar
we
gaan
door
met
die
strijd.
’t
Is
een
strijd
die
gelukkig
ook
niet
alléén
door
overheden
wordt
gestreden.
Zo
staat
het
ook
in
onze
stadsmissie:
we
moeten
álle
creatieve
krachten
bundelen,
om
van
Gent
een
duurzame,
open
en
solidaire
stad
te
maken.
We
kunnen
rekenen
op
de
steun
en
de
initiatieven
van
individuen;
van
ngo’s
en
andere
verenigingen;
en
van
de
leidende
academische
en
culturele
elite,
waarvan
Tahar
Ben
Jelloun
een
exponent
is.
Die
helpen
ons
jonge
mensen
op
te
voeden
tot
ware
humanisten.
Of,
zoals
Tahar
Ben
Jelloun
schrijft
in
zijn
essay
‘Papa,
wat
is
een
vreemdeling?’,
het
gesprek
met
zijn
jonge
dochter
Mériem:
‘Je
bent
altijd
vreemd,
maar
racisten
hebben
gewoon
schrik’.
Jonge
mensen
moet
je
leren
dat
er
maar
één
mensengeslacht
is,
dat
er
geen
verschillende
mensenrassen
zijn,
laat
staan
dat
er
meerder-
en
minderwaardige
zouden
zijn.
Mensen
moeten
elkaar
kunnen
ontmoeten,
om
zélf
te
kunnen
vaststellen
dat
‘die
Andere’
ook
maar
een
mens
is,
en
dat
wantrouwen
niet
nodig
is,
alleen
maar
omdat
hij
een
andere
huidskleur
heeft
of
anders
praat…
Kennis
en
ontmoeting,
’t
zijn
niet
toevallig
twee
van
de
belangrijkste
zaken
die
de
basis
van
ons
beleid
vormen
in
Gent.
We
zijn
dan
ook
vaak
een
pionier
geweest
in
Vlaanderen,
als
het
op
initiatieven
tegen
discriminatie
aankomt.
Guy
Reynebeau,
die
in
onze
stad
schepen
van
Welzijn
en
Gezondheid
is,
en
ook
verantwoordelijk
is
voor
integratie,
zal
u
daar
zo
meteen
meer
over
vertellen.
Dames
en
heren,
in
zijn
voorwoord
bij
‘Papa,
wat
is
een
vreemdeling?’
schrijft
Kader
Abdolah
over
Tahar
Ben
Jelloun
dat
hij,
en
ik
citeer:
‘(…)
luistert
naar
de
stem
van
de
ontwortelde
mensen,
(…)
en ‘de
stem
is
van
de
minderheden’.
Monsieur
Ben
Jelloun,
le
monde
a
besoin
de
beaucoup
plus
d’hommes
comme
vous.
J’ose
espérer
que
la
remise
de
ce
doctorat
honoris
cause,
inspirera
beaucoup
d’autres.
Au
nom
de
tous
les
citoyens
Gantois:
félicitations!
Merci.
Daniël
Termont
Burgemeester
stad
Gent