Stad Gent:
nieuwjaarsreceptie
personeel 2012
woensdag
18 januari 2012,
16 uur -
Pacificatiezaal,
stadhuis Gent

Toespraak door
Daniël Termont,
burgemeester
Mijnheer de
stadssecretaris
Dames en heren,
in al uw graden
en
hoedanigheden…
Ik zou ieder van
u graag,
uiteraard namens
al mijn
collega’s in het
college, een
gezond en
gelukkig 2012
willen wensen.
Helaas: het
schijnt dat de
wereld eind 2012
zal vergaan.
Da’s spijtig. De
kalender van de
Maya’s blijkt te
stoppen op 21
december 2012,
en volgens
sommigen is ’t
dan finaal
afgelopen.
Maar goed: 21
december, dat is
dus ruim ná de
verkiezingen. Ik
zou u dus
vriendelijk maar
dwingend willen
verzoeken om
niet te stoppen
met werken, maar
gewoon voort te
doen met waar u
mee bezig was.
Ik denk
persoonlijk dat
die Maya’s
gewoon een
peiling
hebben gehouden
– en we weten
allemaal wat die
waard zijn. De
kans is dus
groot dat we er
na 2012 nog
enige jaren bij
doen.
Een boeiend jaar
wordt het dus
zeker. Voelt u
het al, die
stijgende
zenuwachtigheid
bij uw schepen?
Vindt hij of zij
al dat zijn of
haar naam en
foto wat groter
op die folder
mogen? Moet er
élke vrijdag een
perstekst zijn?
Of beter nog: op
een andere dag
een apart
persmoment? Of,
nóg beter: een
fotomoment?
Hap nog even
naar adem, want
we zijn
vertrokken voor
een zware
zwangerschap.
Troost u: binnen
9 maanden zijn
we 14 oktober al
voorbij, dan
bent u er al
vanaf. Maar ’t
blijft
natuurlijk bang
afwachten welke
kinderen u dán
krijgt,
natuurlijk…
Hoe dan ook: op
6 december vorig
jaar werd de
editie 2011 van
de Stadsmonitor
voorgesteld aan
pers en publiek.
Ik was blij: de
Sint heeft ons
een goed rapport
gebracht. Mijn
eerste spontane
reactie was
meteen: niks van
wat aan
resultaten in
die monitor
staat, heeft ons
in ’t college
verrast. En da’s
een goeie zaak:
dat betekent dat
we goed op de
hoogte zijn van
wat er leeft en
‘bougeert’ in
Gent – en dat is
mede dankzij het
uitstekende werk
van ú allemaal.
’t Helpt
bovendien die
zenuwachtigheid,
waar ik het
daarnet over
had, wat binnen
de perken te
houden.
De zaken waarop
Gent goed
scoort, doen ons
uiteraard
plezier. De
Gentenaars zijn
nog altijd
bijzonder fier
op hun stad, hun
vertrouwen in
het stadsbestuur
blijft erg
groot. Gent
blijft dé stad
van kennis en
cultuur in
Vlaanderen, Gent
blijft de
veiligste
grootstad van
het land.
De zaken waarop
Gent minder goed
scoort (zoals
verkeersveiligheid,
zwerfvuil en
andere vormen
van overlast)
zijn zaken
waarvan we de
aanpak al een
hele tijd vóór
die stadsmonitor
opgestart
hebben. Ik denk
aan onze
gezamenlijke
oproep aan de
hogere overheden
om ons te helpen
de gevolgen van
de migratie aan
te pakken – een
oproep die in de
tweede helft van
2011 éindelijk
is gehoord.
Ik denk aan de
inzet van een
Roma-coördinator
en bemiddelaars
– er komen er
binnenkort nog
bij, dankzij de
subsidies uit
Vlaanderen. Ik
denk aan het
overlastteam
binnen de
Politie, dat we
zelf hebben
opgestart sinds
1 november.
Enzovoort.
Wil dat zeggen
dat er geen werk
genoeg meer is?
Maak u vooral
niet ongerust:
er is nog werk
met hopen! De
Maya’s mogen
zeggen wat ze
willen: onze
toekomst moet nú
worden
voorbereid.
Eind november
vorig jaar
hebben we de
voorlopige
resultaten van
het kerntaken-
en
efficiëntiedebat
voorgesteld aan
u, aan de
vakorganisaties
en de pers.
Tijdens dat
debat is,
opnieuw,
bijzonder goed
werk geleverd –
en opnieuw, met
inbreng van
iéder van u, op
één of andere
manier. De
conclusies en
aanbevelingen
mogen dan ook
meer dan gezien
worden.
Enerzijds,
zullen een hele
reeks
verbeteracties
al op korte
termijn (zijnde:
dit jaar) worden
uitgevoerd.
Anderzijds,
zullen binnen
onze organisatie
9 thema’s
grondig
geanalyseerd
worden – thema’s
waarvan wij
denken dat ze de
effectiviteit en
de efficiëntie
van onze
dienstverlening
op middellange
termijn sterk
kunnen
verbeteren. Dát
is een serieus
deel van uw werk
voor de komende
maanden – ik
hoef u niet te
overtuigen van
het belang
daarvan.
U krijgt een
unieke kans om,
van bij de
start, tegen het
volgende
college, ‘tegen
uw volgende
bazen’, te
zeggen: ‘Alstublieft,
hier hebt u ons
onderzoekswerk,
wij vinden dat
het zo en zo
beter kan. Laat
ons daar samen
werk van maken.’
Het zal
uiteraard aan
dat college en
aan de
gemeenteraad
zijn om
uiteindelijk te
beslissen, maar
de oefening die
u zult maken zal
u in een stevige
positie zetten
tijdens het
voorafgaande
overleg.
Hoe dan ook: als
het van ons
afhangt, groeien
we verder door
naar een
moderne,
innovatieve
overheidsorganisatie,
die continu mee
is met zijn
tijd. Dat
betekent onder
andere: een
herhuisvesting
van diensten in
functie van
centralisatie,
de creatie van
flexibele
werkplekken,
meer telewerk,
en ondersteuning
door performante
ICT. Maar
vooral: er voor
zorgen dat alle
medewerkers
altijd met
plezier
‘Natuurlijk!’
antwoorden op dé
belangrijkste
vraag die ze
kunnen krijgen,
en die is: ‘En,
doe d’et nog
gère?’.
Toegegeven: ’t
zal wellicht
minder
gemakkelijk zijn
de komende
jaren. De
financiële
toestand is wat
ze is. Nochtans:
aan ons allen
zal het niet
liggen. Ons geld
is goed beheerd:
de schulden
blijven volledig
beheersbaar
(zelfs na de
talrijke
belangrijke
investeringen
van de afgelopen
jaren) en de
pensioenen
blijven perfect
betaalbaar. Maar
het is wat boven
ons hoofd hangt,
waar ik niet
gerust in ben…
Mijnheer Peumans,
de voorzitter
van het
Vlaams
parlement,
bijvoorbeeld,
pleitte er
onlangs voor
dat, als
Vlaanderen extra
moet besparen,
ook de steden
zouden
bijdragen.
We hebben wat
dat betreft ’t
geluk, in Gent,
dat we vorig
jaar een
uitstekend
rapport gekregen
hebben van de
Visitatiecommissie
van het Vlaams
Stedenfonds, die
in april vorig
jaar ons werk
(hetgeen we
hebben gedaan
met de subsidies
uit het fonds)
onder de loupe
heeft genomen.
De commissie
noemt ons een
‘bewuste en
leergierige
stad’, en dat is
meteen ook de
titel van het
rapport. ‘Het
stadsbestuur van
Gent mag, op het
vlak van
strategische
organisatie, als
een goede
praktijk worden
beschouwd’
staat er in te
lezen. En ook: ‘Het
is de commissie
opgevallen dat
de leidende
ambtenaren en
politici in Gent
dezelfde taal
spreken en rond
een
gemeenschappelijk
project werken.
Er heerst een
open en
leergierige
mentaliteit, met
wederzijds
respect.’
Einde citaat.
Mijn boodschap,
mijnheer de
minister-president,
dames en heren
ministers, is
dan ook
duidelijk:
als u, naar
eigen zeggen, ‘diep
moet snijden
zónder de
spieren te
raken’,
blijf dan van de
grote steden af,
want die zijn de
biceps van
Vlaanderen! Ik
zeg u, nogmaals:
zónder
performante
steden zal
Vlaanderen niét
tot de top 5 van
de kennisregio’s
in Europa
behoren tegen
2020. En dat wil
u toch zo graag
- en terecht.
Daarom ook:
behoud het
Stedenfonds
integraal. Voeg
dat niet zomaar
samen met het
Gemeentefonds,
zodat de focus
op het
stedenbeleid ook
op Vlaams niveau
duidelijk
blijft.
En laat ons
alstublieft
hopen dat niet
alleen de volle
bevoegdheid
over het
stedenbeleid
door de federale
regering wordt
overgedragen,
maar dat ze ook
het budget
overhevelen,
niet éénmalig
maar jaarlijks.
En ten slotte:
zorg voor een
verdere
verminderen van
de planlast
alstublieft. U
bent op de goede
weg wat dat
betreft, doe zo
voort!
Dames en heren,
ik rond af, want
er staat nog een
bijzonder
eminente spreker
op het
programma.
Naar goede
gewoonte krijgt
u tijdens de
receptie opnieuw
het
‘jaaroverzicht-in-foto’s’
te zien, foto’s
van onze
stadsfotograaf
Patrick Henry,
op het grote
scherm hier
achter mij.
Collega’s,
allemaal
nogmaals een
bijzonder
geslaagd 2012
gewenst!
Naar even goede
gewoonte geef ik
meteen het woord
aan uw échte
chef. Mijnheer
de
stadssecretaris,
het is aan u !
Daniël Termont
Burgemeester
stad Gent