'Ik zou doodgaan in de Wetstraat'

16.05.2011

(De Standaard 14.5.2011 - Wouter Van Driessche)

Daniel Termont , burgemeester van de tweede grootste stad van Vlaanderen

Geboren in een woonwagen, zoon van een ijzerhandelaar, jeneverbroeder van wijlen Louis-Paul Boon. De Gentse burgemeester Daniël Termont is een oersocialist. Zijn partij zit in het slop, zelf is hij mateloos populair. Hoe sterk is de eenzame SP.A-burgemeester? 'Ik hoor mezelf vaak vloeken de laatste tijd. Vloeken dat het knettert.'

'Als er ergens problemen zijn, ga ik altijd langs. Als er geen problemen zijn ook. Burgemeester ben je op straat. Niet in een bureau'

'Kende gij die lol al van diene gast bij de post?' Het is donderdag vier uur, en Daniël Termont vertelt een grap. Of juister: hij roept een grap, want we slalommen met de fiets door de avondspits. De burgemeester van Gent peddelt al de hele namiddag van de ene bijeenkomst naar de andere speech. Volgende halte: Vlerick. Voor de prestigieuze managementschool blinkt - noblesse oblige - een hele vloot patserbakken. Termont parkeert er zijn wit-zwarte damesfiets van de Stad Gent complexloos naast. Hij haalt zijn zoveelste toespraak uit zijn fietstassen. 'Bon', zegt hij. 'Ier gaan w'ons manieren moeten ouwen. Ier zijn 't serieuze mensen.' Ik krijg een knipoog - de zevende al vandaag. 'Dames en heren, wat ik u ga vertellen is als een groot pak frieten met mayonaise, stoofvleessaus en een curryworst spéciale: een hele mond vol', hoor ik hem even later zeggen. Iedereen lacht. Daniël Termont is een volksmens, en daar is hij fier op. Geen enkele andere burgemeester spreekt zo ongegeneerd en sappig dialect.

Scharenslijper

Daniël Termont: socialist met een stamboom. Geboren in een woonwagen, kleinzoon van een scharenslijper, zoon van een ijzerhandelaar. Lid van de socialistische partij van toen Van den Bossche nog Luc heette, en Freya nog geboren moest worden. Karakterkop voor The Sopranos - niet voor verkiezingsaffiches. Maar toch: sinds 34 jaar één van dé politieke boegbeelden van de tweede grootste stad van Vlaanderen. Daniël Termont is minder bekend dan de andere grote SP.A-burgemeesters - Tobback, Janssens - maar zeker niet minder populair. In 2006 werd hij burgemeester met 32 procent van de stemmen. Drie jaar later richtten Gentse studenten al een Facebookgroep op: 'Maak Termont premier!' Fiets met hem door de stad, en overal steken Gentenaren hun duim omhoog: 'Merci, hé, Daniël!' 'Die duimen', glimlacht hij, 'daar doe ik het voor.'

Maar hoe sterk is de eenzame burgemeester? SP.A is ziek. Zwaar ziek. De 'rode' steden leken daar tot nog toe immuun voor. Maar blijft dat zo? De communautaire impasse dreigt te 'overzomeren' en de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 te besmetten. Een allesbehalve prettig vooruitzicht voor de SP.A-burgemeesters. Veel tijd om er bij stil te staan heeft Termont niet. 'Donderdagochtend om half zeven kan ik nog twintig minuten vrijmaken voor een interview', zucht zijn kabinetschef. En dat is - helaas - géén grap. Het draait er uiteindelijk op uit dat ik de burgemeester een dag lang mag schaduwen, om op dode momenten vragen te stellen. Voor en na meetings. Tijdens recepties. Op de fiets. En terwijl hij 's middags snel een broodje naar binnen werkt, waar hij eerst de sla van tussen pulkt.

Eerst wat nieuws rapen. Gaat u voor een tweede ambtstermijn?

'Bij leven en welzijn: absoluut. In 2012 word ik 59. Veel te jong om al uit te bollen. Ik voel dat ik de drive nog heb. Ook al is dit een onwaarschijnlijk slopende job. Mijn agenda zit crimineel vol. Zeven op zeven, zestien uur per dag. Zonder gebeurlijke accidenten. Vannacht was er een grote brand in de haven. Ik ben meteen ter plaatse gegaan. Ook al kon ik alleen maar in de weg lopen. Ik wil 's anderendaags niet via via horen dat de brandweer goed gewerkt heeft. Ik wil dat met mijn eigen ogen zien, en hen dat zelf zeggen. Ik vind dat mijn plicht als burgemeester. Ik lag om twee uur in bed, vanmorgen om zes uur was ik al weer op. Zulke dagen komen serieus aan. Mijn chauffeur zei deze week: "Ik heb soms compassie met u." Maar eigenlijk had ik compassie met hem. Ik ga weer wat vaker zelf rijden.'

Volgens Patrick Janssens heeft Gent één groot nadeel: het is een stad waar een burgemeester nog bijna alles kan bijwonen. In tegenstelling tot het grotere Antwerpen.

'Zo is dat. Gent is Lotenhulle niet, maar net zo min New York. Je kunt als burgemeester heel dicht bij je mensen staan. Ze verwachten dat ook. Ik ben extreem aanspreekbaar, op het obsessieve af. Ik beantwoord al mijn mails zelf: 250 per dag. Voor iedereen die iets wil vragen, probeer ik tijd te maken. Daarnet nog kreeg ik telefoon. Een man wil me dringend tien minuten zien. 't Is uiterst belangrijk, zei hij. Ik kan dat toch niet afschuiven op mijn kabinet? Ik heb hem morgen in mijn agenda laten wringen. Mijn vrouw zegt altijd: "Gij hebt tijd voor gans Gent, behalve voor mij." En het ergste is: ze heeft gelijk. (lacht)'

Gent heeft al 24 jaar onafgebroken een paarse coalitie. Een record. Mikt u op nog eens zes jaar?

'Als de kiezer het toestaat: subiet. De Gentse liberalen zijn onze natuurlijke bondgenoten. Zeer sociaal voelend. Onze eerste coalitie, in 1988, was een experiment. Een verre voorloper van de federale paarse regeringen van Guy Verhofstadt. En dat is blijven marcheren. Mijn eerste schepen is Mathias De Clercq. Hij zou mijn zoon kunnen zijn - ik ben bijna dubbel zou oud als hij - maar we vormen een heel goed duo. Ook al maken we wel eens boel. Paars wérkt in Gent. Twintig jaar geleden was Gent één grote openbare parking. Een grijze, grauwe, vuile industriestad vol auto's. Nu zijn we volgens kenners één van de mooiste steden ter wereld. Zelfs hippe magazines als Monocle prijzen ons aan.' 

Wordt een coalitie na 24 jaar niet arrogant? Dat is wat jullie uitdager voor 2012, Siegfried Bracke van N-VA, jullie verwijt.

(blaast) 'Siegfried Bracke moet ons iets verwijten, natuurlijk. Dat hoort bij het politieke spel. Maar wat hij zegt, slaat nergens op. Gent heeft een zeer verregaand systeem van inspraak. We zijn zelfs pioniers op dat vlak. De huisbezoeken van mijn voorganger Frank Beke waren legendarisch. Dan ben je toch niet arrogant? Als er ergens problemen zijn, ga ik zelf langs. Als er geen problemen zijn, ook. Elk weekend heb ik gemiddeld twintig tot dertig afspraken. Ik moet dat niet doen, hé. Ik wil dat. Het is voor mij de basis van alles. Politicus - en zeker burgemeester - ben je in de eerste plaats op straat. Niet achter je bureau tussen een stapel dossiers en rapporten. Als er openbare werken moeten worden goedgekeurd, passeer ik altijd eerst eens met mijn fiets. Hoe kun je anders een gefundeerde beslissing nemen?'

Hoe goed kent u Siegfried Bracke eigenlijk? Hij was lange tijd lid van uw partij. En Gent is een kleine stad.

'Ik wist dat hij een lidkaart had, niet dat hij teksten voor de partij schreef. Ik zag hem maar heel sporadisch. (Fijntjes) Hij woonde hier niet, hé. Hij is maar onlangs naar Gent teruggekeerd. Maar goed. Dat hebben we intussen allemaal kunnen lezen in de krant, na zijn wansmakelijke "onderbroekenlol".' (Een maand geleden beweerde Bracke dat hij na zijn verhuizing twee domiciliecontroles had gekregen, en dat de Gentse politie zelfs zijn onderbroeken had gecontroleerd. Hij noemde dat een 'politieke pesterij' van Paars. Achteraf bleek dat de tweede controle voor zijn vrouw was, die later verhuisde)

Vreest u Bracke? Bij zijn eerste verkiezingen haalde hij meteen 101.000 voorkeurstemmen, waarvan meer dan een tiende in Gent. 

'Schrik is een slechte raadgever. Mijnheer Bracke heeft veel stemmen gehaald, dat is waar. Maar niet vergeten: dat was bij federale verkiezingen. En dat is iets helemaal anders dan gemeenteraadsverkiezingen. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen haalden wij met SP.A Gent het dubbele van SP.A nationaal. Nee. Ik maak me echt geen zorgen. Mensen maken dat verschil.'

Dreigt de communautaire impasse niet in het zwaarteveld van 2012 terecht te komen, als ze over de zomer getild wordt?

'Daar zit ik echt niet op te wachten, dat zal u niet verbazen. Maar dan nog denk ik dat het allemaal wel zal loslopen. Mensen kunnen het onderscheid lokaal/federaal echt wel maken. Dat doen ze nu al. Als ik in Gent drie keer per week aangesproken word over de toestand in Brussel, zal het veel zijn. En meestal zijn het dan nog mensen die zeggen: "Goo gij dienen boel door ne kier uitmeste, burgemiestere." Ik zeg dan altijd: "Spoor ma doorvang!"' ('Gaat u die boel daar eens uitmesten, burgemeester' - 'Spaar mij daarvan')

U lacht, maar uw partij zou u daar wellicht met open armen onthalen: een authentieke volksmens, niet te afgelikt.

'De partijtop heeft me dat wel eens gezegd: "Daniël, kom naar Brussel." In 2009 was ik rechtstreeks verkozen voor het Vlaams Parlement, in 2010 had ik zonder echte campagne maar een paar stemmen te kort federaal. Maar ik zou doodongelukkig worden in Brussel. Ik ben een doener. Een man van de concrete resultaten. Alleen al die hele politieke stilstand van het voorbije jaar Ik zou sterven in de Wetstraat.'

Geen ambities om SP.A-voorzitter te worden? Daar is blijkbaar een vacature op til.

'Ik ben gepolst, maar ik zie dat niet zitten. Vijftien, twintig jaar geleden had ik misschien "ja" gezegd. Maar op mijn leeftijd? Een wissel op de toekomst kun je me bezwaarlijk nog noemen, hé? Veel meer ga ik daar niet over zeggen. Ik heb me de voorbije weken ongelooflijk ambetant gemaakt op een paar partijgenoten. In de pers lekken dat Caroline (Gennez) er misschien mee stopt, welke goedmenende socialist doét er nu zoiets? En dan mijne maat Freddy (Willockx) die er nog een schep bovenop doet, door te gaan rondbazuinen dat onze Vlaamse ministers dan ook maar ineens moeten opstappen. Jongens toch! Dat gaat er bij mij echt niet in.'

U kunt toch ook niet echt gelukkig zijn met de gang van zaken? U trekt het geld van Gent terug bij de bonusbanken. U scoort daarmee - big time. Maar twee weken later zegt uw partijgenoot Ingrid Lieten dat die bonussen 'wettelijk' zijn, en blijkt dat Bruno Tuybens er kreeg.

'Wat wilt u dat ik daarop zeg? Dat ik gevloekt heb? Natuurlijk heb ik dat gedaan. Ik hoor mezelf dat vaak doen de laatste tijd. Vloeken dat het knettert. Máár: ik ben niet naar de pers gestapt. Ik heb Bruno - een zeer goede vriend, trouwens - gezegd wat ik meende te moeten zeggen. Onder vier ogen. Van man tot man. Zo regel ik dat. Ik zit in het partijbestuur. Ik ben het verre van eens met alle standpunten en strategieën. Minstens één keer per maand doe ik lastig. Maar: dat doe ik binnenskamers. Ik geef al 25 jaar interviews. Je zult van mij niet één quote vinden waarin ik SP.A publiek afval. Je doet dat niet, vind ik. Zeker niet als je partij het moeilijk heeft.'

U bent discreet - anderen niet. Volgens geruchten zou de partijtop u hard gepusht hebben om strenger op te treden tegen de toestroom van Oost-Europeanen in Gent.

'Sorry, maar dat is quatsch. Echt. Je reinste onzin. Ik heb altijd gezegd dat Gent het OCMW van de wereld niet kan zijn. Tienduizend Oost-Europeanen is te veel voor een kleine stad als Gent. Veel te veel. Maar: ze zijn er wel. En ze blijven komen. Met hele bussen tegelijk. Wat moet ik doen als de stadsdiensten een Bulgaars gezin met dertien ondervoede, verkleumde kinderen in een park vinden? Ik kan die mensen toch niet laten creperen? Maar geef ik ze te eten, en leg ik ze ergens te slapen, dan bellen ze naar ginderachter: "Kom naar Gent!" Zegt u mij eens: hoe los je zoiets op? Nie simpel, hé. Wat kan ik beginnen als de politie mensen oppakt met zulke stapels (spreidt duim en wijsvinger) uitwijzingsbevelen die ze niet eens verstaan? Ik kan die mensen toch niet zelf terugvoeren? Dat zou trouwens geen enkele zin hebben, want morgen staan ze hier terug. Vrijheid van personen binnen de EU! Ik ben twee keer persoonlijk hulp gaan vragen bij Europees Commissievoorzitter Jose Manuel Barroso. Tevergeefs. Maar ik geef niet op. Ik heb nu voorgesteld om een Europees bonus-malussysteem uit te werken. Landen die bijvoorbeeld Roma wegjagen, zouden boetes opgelegd moeten krijgen, vind ik. Of toch tenminste het geld terug betalen dat ze van Europa krijgen om die mensen op te vangen. Dat geld zou dan naar de landen moeten gaan die hun verantwoordelijkheid niét van zich afschuiven.'

U beseft toch dat zoiets nooit gaat gebeuren? Europa zou Nicolas Sarkozy moeten beboeten - dat zal het nooit doen.

'Luister, ik ben niet naïef, ik weet hoe de wereld in elkaar zit. En toch wil ik het vragen. Al was het maar uit principe. Die mensen worden slechter behandeld dan dieren in veel landen. Ze worden bespuwd, geslagen en verkracht. Er zijn zelfs bendes die voor de fun zigeuners vermoorden. We kunnen daar toch onze ogen niet voor sluiten? Kijk. Ik kom zelf uit de wagens. Mijn grootouders woonden in een woonwagen, ik ben in een woonwagen geboren. Toen ik twee was, bouwden mijn ouders een huis. Ik heb nooit iets tekort gehad. Integendeel. Maar die roots bleven. Eén van mijn beste jeugdvriendjes was een zigeunerjongetje - Mickey. Drie keer per jaar passeerde hij met zijn ouders. Dat waren hoogdagen. Dan kijk je anders naar zigeuners. Dan doe je geen mondmaskers en chirurgenhandschoentjes aan als je naar die mensen gaat. Dan ga je gewoon met hen praten. Zeg ik nu dat er geen problemen zijn? Ab-so-luut niet. Ik heb net uitgelegd dat ik hemel en aarde beweeg om ze te proberen op te lossen. Maar zonder ruggensteun van Europa is het dweilen met de kraan open. We hebben een Roma-coördinator aangesteld, en 29 extra politiemensen die zich specifiek met samenlevingsproblemen moeten bezighouden die samengaan met migratie. Sluikstorten, nachtlawaai Ten gronde lost dat niets op, maar het is al een begin. Trouwens: die 10.000 Oost-Europeanen zorgen niet allemaal voor overlast, hé. Gelukkig maar. Anders was Gent allang onleefbaar. Er zijn een paar honderd probleemfamilies, en die pakken we volop aan.'

Hoe wordt een woonwagenkind burgemeester van de tweede grootste stad van Vlaanderen?

'Toeval. Stom toeval. Ik heb alleen middelbaar onderwijs gedaan: A2 boekhouding. Mijn vader deed in oud ijzer en tweedehandsauto's, mijn moeder in meubels. Dat draaide goed. Na mijn legerdienst zou ik bij mijn vader gaan werken. Dat was het plan. Hij had zelfs al een camion voor mij gekocht met een kraan. Maar via de socialistische jeugdbeweging kreeg ik een kans om propagandist te worden bij Bond Moyson. Ik schreef samen met Louis-Paul Boon voor De Vooruit. 'Lowietse', noemde ik hem - veel dreupels mee gedronken. Schone momenten. En zo kwam van het één het ander. Op een blauwe maandag in 1995 stapte Luc Van den Bossche mijn bureau binnen. "Daniël", zei hij, "Gij moet schepen worden. Van economie. Gij zijt den enigen die een balans kan lezen." Ik had geen goesting. Veel te weinig zekerheid. Maar Luc kon zeer overtuigend zijn. (lacht) Gelukkig maar.'

U lijkt Gentser dan het Gravensteen. Dat is ook uw imago: volksmens met een 'r' om graniet te schuren. Maar klopt het dat u het nummer van de Russische president Dmitri Medvedev in uw Blackberry hebt zitten?

(knikt) 'Ik ben voorzitter van Fluxys en Publigas, twee gasintercommunales. Ik ken hem van toen we recent een deal sloten met Gazprom, het grote Russische gasbedrijf. Hij weet wie ik ben, hij zou zijn telefoon opnemen als ik bel. Enfin, dat vermoed ik toch. Ik heb het eerlijk gezegd nooit geprobeerd. Ik ken veel mensen. Ik ben geen internationale power broker, zoals wel eens gesuggereerd wordt. Maar ik heb wel altijd geprobeerd om verder te kijken dan Gent. Toen ik havenschepen was, ben ik een paar keer op mijn eentje naar Zuid-Afrika gereisd, om hun containers met fruit naar Gent te halen. Dat is gelukt. Ik heb zelfs Nelson Mandela ontmoet. Sinds kort ben ik ook secretaris van Eurocities, een netwerk van 140 grote steden als Londen, Parijs en Amsterdam. Steden en stedelijke regio's zijn de toekomst. Veel meer dan landen. Tegen 2020 woont de helft van de wereldbevolking in een stad. Dat geeft ons heel veel gewicht - en dat kunnen we goed gebruiken. Landen slaagden er bijvoorbeeld niet in om een klimaatakkoord te tekenen in Kopenhagen. Maar steden tekenden wél een akkoord. Ook dat is een reden om uit de nationale politiek weg te blijven. Als burgemeester van een stad kun je tenminste nog dingen doen bewegen.'


[©m&b2011]