(De
Standaard
14.5.2011 -
Wouter Van
Driessche)
Daniel
Termont ,
burgemeester
van de
tweede
grootste
stad van
Vlaanderen
Geboren in
een
woonwagen,
zoon van een
ijzerhandelaar,
jeneverbroeder
van wijlen
Louis-Paul
Boon. De
Gentse
burgemeester
Daniël
Termont is
een
oersocialist.
Zijn partij
zit in het
slop, zelf
is hij
mateloos
populair.
Hoe sterk is
de eenzame
SP.A-burgemeester?
'Ik hoor
mezelf vaak
vloeken de
laatste
tijd.
Vloeken dat
het
knettert.'
'Als er
ergens
problemen
zijn, ga ik
altijd
langs. Als
er geen
problemen
zijn ook.
Burgemeester
ben je op
straat. Niet
in een
bureau'
'Kende gij
die lol al
van diene
gast bij de
post?' Het
is donderdag
vier uur, en
Daniël
Termont
vertelt een
grap. Of
juister: hij
roept een
grap, want
we slalommen
met de fiets
door de
avondspits.
De
burgemeester
van Gent
peddelt al
de hele
namiddag van
de ene
bijeenkomst
naar de
andere
speech.
Volgende
halte:
Vlerick.
Voor de
prestigieuze
managementschool
blinkt -
noblesse
oblige - een
hele vloot
patserbakken.
Termont
parkeert er
zijn
wit-zwarte
damesfiets
van de Stad
Gent
complexloos
naast. Hij
haalt zijn
zoveelste
toespraak
uit zijn
fietstassen.
'Bon', zegt
hij. 'Ier
gaan w'ons
manieren
moeten
ouwen. Ier
zijn 't
serieuze
mensen.' Ik
krijg een
knipoog - de
zevende al
vandaag.
'Dames en
heren, wat
ik u ga
vertellen is
als een
groot pak
frieten met
mayonaise,
stoofvleessaus
en een
curryworst
spéciale:
een hele
mond vol',
hoor ik hem
even later
zeggen.
Iedereen
lacht.
Daniël
Termont is
een
volksmens,
en daar is
hij fier op.
Geen enkele
andere
burgemeester
spreekt zo
ongegeneerd
en sappig
dialect.
Scharenslijper
Daniël
Termont:
socialist
met een
stamboom.
Geboren in
een
woonwagen,
kleinzoon
van een
scharenslijper,
zoon van een
ijzerhandelaar.
Lid van de
socialistische
partij van
toen Van den
Bossche nog
Luc heette,
en Freya nog
geboren
moest
worden.
Karakterkop
voor The
Sopranos -
niet voor
verkiezingsaffiches.
Maar toch:
sinds 34
jaar één van
dé politieke
boegbeelden
van de
tweede
grootste
stad van
Vlaanderen.
Daniël
Termont is
minder
bekend dan
de andere
grote
SP.A-burgemeesters
- Tobback,
Janssens -
maar zeker
niet minder
populair. In
2006 werd
hij
burgemeester
met 32
procent van
de stemmen.
Drie jaar
later
richtten
Gentse
studenten al
een
Facebookgroep
op: 'Maak
Termont
premier!'
Fiets met
hem door de
stad, en
overal
steken
Gentenaren
hun duim
omhoog:
'Merci, hé,
Daniël!'
'Die
duimen',
glimlacht
hij, 'daar
doe ik het
voor.'
Maar hoe
sterk is de
eenzame
burgemeester?
SP.A is
ziek. Zwaar
ziek. De
'rode'
steden leken
daar tot nog
toe immuun
voor. Maar
blijft dat
zo? De
communautaire
impasse
dreigt te 'overzomeren'
en de
gemeenteraadsverkiezingen
van 2012 te
besmetten.
Een
allesbehalve
prettig
vooruitzicht
voor de
SP.A-burgemeesters.
Veel tijd om
er bij stil
te staan
heeft
Termont
niet.
'Donderdagochtend
om half
zeven kan ik
nog twintig
minuten
vrijmaken
voor een
interview',
zucht zijn
kabinetschef.
En dat is -
helaas -
géén grap.
Het draait
er
uiteindelijk
op uit dat
ik de
burgemeester
een dag lang
mag
schaduwen,
om op dode
momenten
vragen te
stellen.
Voor en na
meetings.
Tijdens
recepties.
Op de fiets.
En terwijl
hij 's
middags snel
een broodje
naar binnen
werkt, waar
hij eerst de
sla van
tussen
pulkt.
Eerst wat
nieuws
rapen. Gaat
u voor een
tweede
ambtstermijn?
'Bij leven
en welzijn:
absoluut. In
2012 word ik
59. Veel te
jong om al
uit te
bollen. Ik
voel dat ik
de drive nog
heb. Ook al
is dit een
onwaarschijnlijk
slopende
job. Mijn
agenda zit
crimineel
vol. Zeven
op zeven,
zestien uur
per dag.
Zonder
gebeurlijke
accidenten.
Vannacht was
er een grote
brand in de
haven. Ik
ben meteen
ter plaatse
gegaan. Ook
al kon ik
alleen maar
in de weg
lopen. Ik
wil 's
anderendaags
niet via via
horen dat de
brandweer
goed gewerkt
heeft. Ik
wil dat met
mijn eigen
ogen zien,
en hen dat
zelf zeggen.
Ik vind dat
mijn plicht
als
burgemeester.
Ik lag om
twee uur in
bed,
vanmorgen om
zes uur was
ik al weer
op. Zulke
dagen komen
serieus aan.
Mijn
chauffeur
zei deze
week: "Ik
heb soms
compassie
met u." Maar
eigenlijk
had ik
compassie
met hem. Ik
ga weer wat
vaker zelf
rijden.'
Volgens
Patrick
Janssens
heeft Gent
één groot
nadeel: het
is een stad
waar een
burgemeester
nog bijna
alles kan
bijwonen. In
tegenstelling
tot het
grotere
Antwerpen.
'Zo is dat.
Gent is
Lotenhulle
niet, maar
net zo min
New York. Je
kunt als
burgemeester
heel dicht
bij je
mensen
staan. Ze
verwachten
dat ook. Ik
ben extreem
aanspreekbaar,
op het
obsessieve
af. Ik
beantwoord
al mijn
mails zelf:
250 per dag.
Voor
iedereen die
iets wil
vragen,
probeer ik
tijd te
maken.
Daarnet nog
kreeg ik
telefoon.
Een man wil
me dringend
tien minuten
zien. 't Is
uiterst
belangrijk,
zei hij. Ik
kan dat toch
niet
afschuiven
op mijn
kabinet? Ik
heb hem
morgen in
mijn agenda
laten
wringen.
Mijn vrouw
zegt altijd:
"Gij hebt
tijd voor
gans Gent,
behalve voor
mij." En het
ergste is:
ze heeft
gelijk.
(lacht)'
Gent heeft
al 24 jaar
onafgebroken
een paarse
coalitie.
Een record.
Mikt u op
nog eens zes
jaar?
'Als de
kiezer het
toestaat:
subiet. De
Gentse
liberalen
zijn onze
natuurlijke
bondgenoten.
Zeer sociaal
voelend.
Onze eerste
coalitie, in
1988, was
een
experiment.
Een verre
voorloper
van de
federale
paarse
regeringen
van Guy
Verhofstadt.
En dat is
blijven
marcheren.
Mijn eerste
schepen is
Mathias De
Clercq. Hij
zou mijn
zoon kunnen
zijn - ik
ben bijna
dubbel zou
oud als hij
- maar we
vormen een
heel goed
duo. Ook al
maken we wel
eens boel.
Paars wérkt
in Gent.
Twintig jaar
geleden was
Gent één
grote
openbare
parking. Een
grijze,
grauwe,
vuile
industriestad
vol auto's.
Nu zijn we
volgens
kenners één
van de
mooiste
steden ter
wereld.
Zelfs hippe
magazines
als Monocle
prijzen ons
aan.'
Wordt een
coalitie na
24 jaar niet
arrogant?
Dat is wat
jullie
uitdager
voor 2012,
Siegfried
Bracke van
N-VA, jullie
verwijt.
(blaast) 'Siegfried
Bracke moet
ons iets
verwijten,
natuurlijk.
Dat hoort
bij het
politieke
spel. Maar
wat hij
zegt, slaat
nergens op.
Gent heeft
een zeer
verregaand
systeem van
inspraak. We
zijn zelfs
pioniers op
dat vlak. De
huisbezoeken
van mijn
voorganger
Frank Beke
waren
legendarisch.
Dan ben je
toch niet
arrogant?
Als er
ergens
problemen
zijn, ga ik
zelf langs.
Als er geen
problemen
zijn, ook.
Elk weekend
heb ik
gemiddeld
twintig tot
dertig
afspraken.
Ik moet dat
niet doen,
hé. Ik wil
dat. Het is
voor mij de
basis van
alles.
Politicus -
en zeker
burgemeester
- ben je in
de eerste
plaats op
straat. Niet
achter je
bureau
tussen een
stapel
dossiers en
rapporten.
Als er
openbare
werken
moeten
worden
goedgekeurd,
passeer ik
altijd eerst
eens met
mijn fiets.
Hoe kun je
anders een
gefundeerde
beslissing
nemen?'
Hoe goed
kent u
Siegfried
Bracke
eigenlijk?
Hij was
lange tijd
lid van uw
partij. En
Gent is een
kleine stad.
'Ik wist dat
hij een
lidkaart
had, niet
dat hij
teksten voor
de partij
schreef. Ik
zag hem maar
heel
sporadisch.
(Fijntjes)
Hij woonde
hier niet,
hé. Hij is
maar onlangs
naar Gent
teruggekeerd.
Maar goed.
Dat hebben
we intussen
allemaal
kunnen lezen
in de krant,
na zijn
wansmakelijke
"onderbroekenlol".'
(Een maand
geleden
beweerde
Bracke dat
hij na zijn
verhuizing
twee
domiciliecontroles
had
gekregen, en
dat de
Gentse
politie
zelfs zijn
onderbroeken
had
gecontroleerd.
Hij noemde
dat een
'politieke
pesterij'
van Paars.
Achteraf
bleek dat de
tweede
controle
voor zijn
vrouw was,
die later
verhuisde)
Vreest u
Bracke? Bij
zijn eerste
verkiezingen
haalde hij
meteen
101.000
voorkeurstemmen,
waarvan meer
dan een
tiende in
Gent.
'Schrik is
een slechte
raadgever.
Mijnheer
Bracke heeft
veel stemmen
gehaald, dat
is waar.
Maar niet
vergeten:
dat was bij
federale
verkiezingen.
En dat is
iets
helemaal
anders dan
gemeenteraadsverkiezingen.
Bij de
laatste
gemeenteraadsverkiezingen
haalden wij
met SP.A
Gent het
dubbele van
SP.A
nationaal.
Nee. Ik maak
me echt geen
zorgen.
Mensen maken
dat
verschil.'
Dreigt de
communautaire
impasse niet
in het
zwaarteveld
van 2012
terecht te
komen, als
ze over de
zomer getild
wordt?
'Daar zit ik
echt niet op
te wachten,
dat zal u
niet
verbazen.
Maar dan nog
denk ik dat
het allemaal
wel zal
loslopen.
Mensen
kunnen het
onderscheid
lokaal/federaal
echt wel
maken. Dat
doen ze nu
al. Als ik
in Gent drie
keer per
week
aangesproken
word over de
toestand in
Brussel, zal
het veel
zijn. En
meestal zijn
het dan nog
mensen die
zeggen: "Goo
gij dienen
boel door ne
kier
uitmeste,
burgemiestere."
Ik zeg dan
altijd:
"Spoor ma
doorvang!"'
('Gaat u die
boel daar
eens
uitmesten,
burgemeester'
- 'Spaar mij
daarvan')
U lacht,
maar uw
partij zou u
daar
wellicht met
open armen
onthalen:
een
authentieke
volksmens,
niet te
afgelikt.
'De
partijtop
heeft me dat
wel eens
gezegd:
"Daniël, kom
naar
Brussel." In
2009 was ik
rechtstreeks
verkozen
voor het
Vlaams
Parlement,
in 2010 had
ik zonder
echte
campagne
maar een
paar stemmen
te kort
federaal.
Maar ik zou
doodongelukkig
worden in
Brussel. Ik
ben een
doener. Een
man van de
concrete
resultaten.
Alleen al
die hele
politieke
stilstand
van het
voorbije
jaar Ik zou
sterven in
de
Wetstraat.'
Geen
ambities om
SP.A-voorzitter
te worden?
Daar is
blijkbaar
een vacature
op til.
'Ik ben
gepolst,
maar ik zie
dat niet
zitten.
Vijftien,
twintig jaar
geleden had
ik misschien
"ja" gezegd.
Maar op mijn
leeftijd?
Een wissel
op de
toekomst kun
je me
bezwaarlijk
nog noemen,
hé? Veel
meer ga ik
daar niet
over zeggen.
Ik heb me de
voorbije
weken
ongelooflijk
ambetant
gemaakt op
een paar
partijgenoten.
In de pers
lekken dat
Caroline (Gennez)
er misschien
mee stopt,
welke
goedmenende
socialist
doét er nu
zoiets? En
dan mijne
maat Freddy
(Willockx)
die er nog
een schep
bovenop
doet, door
te gaan
rondbazuinen
dat onze
Vlaamse
ministers
dan ook maar
ineens
moeten
opstappen.
Jongens
toch! Dat
gaat er bij
mij echt
niet in.'
U kunt toch
ook niet
echt
gelukkig
zijn met de
gang van
zaken? U
trekt het
geld van
Gent terug
bij de
bonusbanken.
U scoort
daarmee -
big time.
Maar twee
weken later
zegt uw
partijgenoot
Ingrid
Lieten dat
die bonussen
'wettelijk'
zijn, en
blijkt dat
Bruno
Tuybens er
kreeg.
'Wat wilt u
dat ik
daarop zeg?
Dat ik
gevloekt
heb?
Natuurlijk
heb ik dat
gedaan. Ik
hoor mezelf
dat vaak
doen de
laatste
tijd.
Vloeken dat
het
knettert.
Máár: ik ben
niet naar de
pers
gestapt. Ik
heb Bruno -
een zeer
goede
vriend,
trouwens -
gezegd wat
ik meende te
moeten
zeggen.
Onder vier
ogen. Van
man tot man.
Zo regel ik
dat. Ik zit
in het
partijbestuur.
Ik ben het
verre van
eens met
alle
standpunten
en
strategieën.
Minstens één
keer per
maand doe ik
lastig.
Maar: dat
doe ik
binnenskamers.
Ik geef al
25 jaar
interviews.
Je zult van
mij niet één
quote vinden
waarin ik
SP.A publiek
afval. Je
doet dat
niet, vind
ik. Zeker
niet als je
partij het
moeilijk
heeft.'
U bent
discreet -
anderen
niet.
Volgens
geruchten
zou de
partijtop u
hard gepusht
hebben om
strenger op
te treden
tegen de
toestroom
van
Oost-Europeanen
in Gent.
'Sorry, maar
dat is
quatsch.
Echt. Je
reinste
onzin. Ik
heb altijd
gezegd dat
Gent het
OCMW van de
wereld niet
kan zijn.
Tienduizend
Oost-Europeanen
is te veel
voor een
kleine stad
als Gent.
Veel te
veel. Maar:
ze zijn er
wel. En ze
blijven
komen. Met
hele bussen
tegelijk.
Wat moet ik
doen als de
stadsdiensten
een Bulgaars
gezin met
dertien
ondervoede,
verkleumde
kinderen in
een park
vinden? Ik
kan die
mensen toch
niet laten
creperen?
Maar geef ik
ze te eten,
en leg ik ze
ergens te
slapen, dan
bellen ze
naar
ginderachter:
"Kom naar
Gent!" Zegt
u mij eens:
hoe los je
zoiets op?
Nie simpel,
hé. Wat kan
ik beginnen
als de
politie
mensen
oppakt met
zulke
stapels
(spreidt
duim en
wijsvinger)
uitwijzingsbevelen
die ze niet
eens
verstaan? Ik
kan die
mensen toch
niet zelf
terugvoeren?
Dat zou
trouwens
geen enkele
zin hebben,
want morgen
staan ze
hier terug.
Vrijheid van
personen
binnen de
EU! Ik ben
twee keer
persoonlijk
hulp gaan
vragen bij
Europees
Commissievoorzitter
Jose Manuel
Barroso.
Tevergeefs.
Maar ik geef
niet op. Ik
heb nu
voorgesteld
om een
Europees
bonus-malussysteem
uit te
werken.
Landen die
bijvoorbeeld
Roma
wegjagen,
zouden
boetes
opgelegd
moeten
krijgen,
vind ik. Of
toch
tenminste
het geld
terug
betalen dat
ze van
Europa
krijgen om
die mensen
op te
vangen. Dat
geld zou dan
naar de
landen
moeten gaan
die hun
verantwoordelijkheid
niét van
zich
afschuiven.'
U beseft
toch dat
zoiets nooit
gaat
gebeuren?
Europa zou
Nicolas
Sarkozy
moeten
beboeten -
dat zal het
nooit doen.
'Luister, ik
ben niet
naïef, ik
weet hoe de
wereld in
elkaar zit.
En toch wil
ik het
vragen. Al
was het maar
uit
principe.
Die mensen
worden
slechter
behandeld
dan dieren
in veel
landen. Ze
worden
bespuwd,
geslagen en
verkracht.
Er zijn
zelfs bendes
die voor de
fun
zigeuners
vermoorden.
We kunnen
daar toch
onze ogen
niet voor
sluiten?
Kijk. Ik kom
zelf uit de
wagens. Mijn
grootouders
woonden in
een
woonwagen,
ik ben in
een
woonwagen
geboren.
Toen ik twee
was, bouwden
mijn ouders
een huis. Ik
heb nooit
iets tekort
gehad.
Integendeel.
Maar die
roots
bleven. Eén
van mijn
beste
jeugdvriendjes
was een
zigeunerjongetje
- Mickey.
Drie keer
per jaar
passeerde
hij met zijn
ouders. Dat
waren
hoogdagen.
Dan kijk je
anders naar
zigeuners.
Dan doe je
geen
mondmaskers
en
chirurgenhandschoentjes
aan als je
naar die
mensen gaat.
Dan ga je
gewoon met
hen praten.
Zeg ik nu
dat er geen
problemen
zijn?
Ab-so-luut
niet. Ik heb
net
uitgelegd
dat ik hemel
en aarde
beweeg om ze
te proberen
op te
lossen. Maar
zonder
ruggensteun
van Europa
is het
dweilen met
de kraan
open. We
hebben een
Roma-coördinator
aangesteld,
en 29 extra
politiemensen
die zich
specifiek
met
samenlevingsproblemen
moeten
bezighouden
die
samengaan
met
migratie.
Sluikstorten,
nachtlawaai
Ten gronde
lost dat
niets op,
maar het is
al een
begin.
Trouwens:
die 10.000
Oost-Europeanen
zorgen niet
allemaal
voor
overlast,
hé. Gelukkig
maar. Anders
was Gent
allang
onleefbaar.
Er zijn een
paar honderd
probleemfamilies,
en die
pakken we
volop aan.'
Hoe wordt
een
woonwagenkind
burgemeester
van de
tweede
grootste
stad van
Vlaanderen?
'Toeval.
Stom toeval.
Ik heb
alleen
middelbaar
onderwijs
gedaan: A2
boekhouding.
Mijn vader
deed in oud
ijzer en
tweedehandsauto's,
mijn moeder
in meubels.
Dat draaide
goed. Na
mijn
legerdienst
zou ik bij
mijn vader
gaan werken.
Dat was het
plan. Hij
had zelfs al
een camion
voor mij
gekocht met
een kraan.
Maar via de
socialistische
jeugdbeweging
kreeg ik een
kans om
propagandist
te worden
bij Bond
Moyson. Ik
schreef
samen met
Louis-Paul
Boon voor De
Vooruit. 'Lowietse',
noemde ik
hem - veel
dreupels mee
gedronken.
Schone
momenten. En
zo kwam van
het één het
ander. Op
een blauwe
maandag in
1995 stapte
Luc Van den
Bossche mijn
bureau
binnen.
"Daniël",
zei hij,
"Gij moet
schepen
worden. Van
economie.
Gij zijt den
enigen die
een balans
kan lezen."
Ik had geen
goesting.
Veel te
weinig
zekerheid.
Maar Luc kon
zeer
overtuigend
zijn.
(lacht)
Gelukkig
maar.'
U lijkt
Gentser dan
het
Gravensteen.
Dat is ook
uw imago:
volksmens
met een 'r'
om graniet
te schuren.
Maar klopt
het dat u
het nummer
van de
Russische
president
Dmitri
Medvedev in
uw
Blackberry
hebt zitten?
(knikt) 'Ik
ben
voorzitter
van Fluxys
en Publigas,
twee
gasintercommunales.
Ik ken hem
van toen we
recent een
deal sloten
met Gazprom,
het grote
Russische
gasbedrijf.
Hij weet wie
ik ben, hij
zou zijn
telefoon
opnemen als
ik bel.
Enfin, dat
vermoed ik
toch. Ik heb
het eerlijk
gezegd nooit
geprobeerd.
Ik ken veel
mensen. Ik
ben geen
internationale
power
broker,
zoals wel
eens
gesuggereerd
wordt. Maar
ik heb wel
altijd
geprobeerd
om verder te
kijken dan
Gent. Toen
ik
havenschepen
was, ben ik
een paar
keer op mijn
eentje naar
Zuid-Afrika
gereisd, om
hun
containers
met fruit
naar Gent te
halen. Dat
is gelukt.
Ik heb zelfs
Nelson
Mandela
ontmoet.
Sinds kort
ben ik ook
secretaris
van
Eurocities,
een netwerk
van 140
grote steden
als Londen,
Parijs en
Amsterdam.
Steden en
stedelijke
regio's zijn
de toekomst.
Veel meer
dan landen.
Tegen 2020
woont de
helft van de
wereldbevolking
in een stad.
Dat geeft
ons heel
veel gewicht
- en dat
kunnen we
goed
gebruiken.
Landen
slaagden er
bijvoorbeeld
niet in om
een
klimaatakkoord
te tekenen
in
Kopenhagen.
Maar steden
tekenden wél
een akkoord.
Ook dat is
een reden om
uit de
nationale
politiek weg
te blijven.
Als
burgemeester
van een stad
kun je
tenminste
nog dingen
doen
bewegen.'