Daniël eert zijn grote voorbeeld
'papa' Gilbert Temmerman

08.12.2011

De Gentsche Sosseteit reikt jaarlijks zijn gekende 'Gentse Handjes' uit, aan Gentenaars die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor hun stad. Dit jaar (29ste editie) kregen Frank Van Laeke (regisseur), Geert Van Doorne (ex-directeur Dienst Monumentenzorg) en 'onze' Gilbert Temmerman zo'n handje. De uitreiking vond plaats op donderdag 8 december 2011 in de concertzaal De Bijloke, nota bene één van de prachtige realisaties van Temmerman als burgemeester (1989-1994).

Daniël kreeg de eer de lofrede voor Gilbert Temmerman te mogen uitspreken. Hij bracht een overzicht van leven en werk van de gelauwerde en maakte er een schitterend eerbetoon van aan 'mijn voorbeeld Gilbert'. 'Gilbert Termmerman was een keiharde werker, 7 dagen op 7. Sober en rechtlijnig; volksvertegenwoordiger en schepen geweest, maar toch vooral in het Gentse collectieve geheugen gebeiteld als burgemeester. 'Papa Gilbert' noemt Pierke Pierlala hem altijd, vooral omwille van zijn grote verantwoordelijkheidszin. Gilbert Temmerman heeft zijn hele leven geven voor de strijd tegen onrechtvaardigheid en voor de zwakken in de samenleving in 't algemeen, en voor de partij én zijn stad in 't bijzonder. Dat hij een 'Handje' krijgt van de Gentsche Sosseteit is dan ook méér dan verdiend!'

De volledige lofrede kan u hieronder lezen.

Menier de prezedent van de Gentsche Sosseteit, vriend Eddy,

Dames en heren Gentenaars… en al de rest, móchten die er zijn.

Ik voel mij bijzonder vereerd om hier, tijdens deze belangrijke plechtigheid, te mogen spreken over Gilbert Temmerman. Ik zeg met opzet niét: ‘Gilbert Temmerman aan u voorstellen’. Geef toe, dat zou natuurlijk compleet overbodig zijn!

Gedurende heel mijn beroepscarrière (die begonnen is op 1 mei 1973 bij de Socialistische Mutualiteit Bond Moyson), en zelfs al van lang daarvoor, is Gilbert Temmerman een voorbeeld voor mij geweest. Gilbert is immers iemand die op een onnavolgbare wijze de socialistische partij in Gent heeft geleid, en met een onvoorstelbare inzet en werkkracht al zijn mandaten heeft vervult. Sommigen noemden hem ‘een autoritair leider‘ – wel, eerlijk gezegd: dat was in die dagen en jaren ook af en toe eens nódig! Ik kan u verzekeren: met snotneuzen zoals Luc Van den Bossche, Piet Van Eeckhaut en anderen had hij het dikwijls ‘voor geen pan eiers’ op de congressen van de partij...

Gilbert zal in onze stad, ondanks de vele functies die hij waargenomen heeft, voornamelijk herinnerd worden als burgemeester. Maar ook als iemand die er een bijzonder sobere levensstijl op na hield (en nog altijd houdt) en altijd gestreden heeft voor de zwakkeren. Dat heeft hij overgehouden aan de oorlogsjaren ’40-’45, waarin zijn gezin het alles behalve breed had. Veel later, op 27 mei 1989, toen Gilbert als eerste socialistische burgemeester van Gent werd gehuldigd, tijdens een groot feest in Flanders Expo met méér dan 2.000 aanwezigen, sprak Luc Van den Bossche, die toen voorzitter van de BSP-federatie Gent-Eeklo was, de gevleugelde woorden: ‘Met Gilbert Temmerman als burgemeester komt de Stad Gent zonder enige twijfel in het Guinness Book of Records. Gent heeft nu onbetwistbaar de goedkoopste burgervader… Gezien slechts elke tiende bezoeker iets anders te drinken krijgt dan water, is de besparing in deze sector echt duizelingwekkend te noemen’.

Om u maar een idee te geven…

Gilbert is in 1928 geboren in Ledeberg en is (net als ikzelf, maar dan vele jaren later), afgestudeerd aan het Stedelijk Instituut voor Handel, dat toen nog gevestigd was in de Tarbotstraat. Hij heeft ook nog een cursus journalistiek gevolgd, maar hij zou het beroep van journalist nooit echt uitoefenen.

Gilbert is inderdaad iemand die je nooit overmatig zult zien eten, laat staan drinken. En toch: hoewel hij zelden drinkt, is hij een kenner van wijn. Ik heb meerdere keren vastgesteld, tijdens onze gemeenschappelijke maaltijden, dat Gilbert effectief een groot wijnkenner is. En dat zal ongetwijfeld velen onder u verbazen. Maar dit terzijde.

Alhoewel hij, zoals gezegd, zelf geen journalist is geworden, begon hij toch te werken als proeflezer bij de Vooruit, in ‘47. Kort na de oorlog was Gilbert’s vader actief geworden in de afdeling van de Socialistische Partij van Ledeberg. Hij trok mee met zijn vader en op die manier ‘rolde’ hij als het ware in diverse functies in de verschillende socialistische kringen en organisaties. Zijn enorme inzet en zijn werk voor de partij en de beweging vielen meteen op, want in 1951, toen Armand Verspeeten senior ACOD-secretaris werd voor het stadspersoneel vroeg men Gilbert om propagandist te worden op het Partijsecretariaat. Hij werd secretaris van wat vandaag Curieus heet, en in die tijd de naam ‘Comité voor Arbeidsopvoeding’ droeg. Op die manier leerde hij het arrondissement door en door kennen, door avond na avond van de ene gemeente naar de andere te hollen, met filmvoorstellingen, voordrachten, vormingsactiviteiten enzovoort. Op het Partijsecretariaat werkte hij er met Edward Anseele junior, die, omwille van het zogenaamde R.T.T.-schandaal, in 1973 ontslag moest. Gilbert werd daardoor dé onbetwiste nummer 1 van de Gentse socialisten. De grote bewondering die Gilbert voor de Anseeles koesterde, drong door in zijn woorden en daden als partijleider. Dat is ook mij, toen ik als jonge gast in 1973 in de beweging kwam werken, duidelijk geworden. Zijn aanstekelijke enthousiasme heb ik ongetwijfeld op dat ogenblik al van hem overgenomen.

Gilbert heeft in de periode dat hij federaal secretaris was van de BSP-federatie Gent-Eeklo, heel wat meegemaakt.

Ik kreeg onlangs van het AMSAB een biografisch werk over hem, gemaakt door Jeroen Maesschalck in 1995, en las daarin dat hij zelf ooit gezegd heeft, dat de 3 gebeurtenissen die op hem een diepe indruk hebben gemaakt in die jaren, de Koningskwestie, de staking tegen de Eenheidswet, en de Schoolstrijd naar aanleiding van de Wet Collard waren. Allemaal zware politieke tegenstellingen, die dikwijls gepaard gingen met wreedaardig gedrag en veel geweld. Vaak kwam dat geweld van socialistische militanten, die enerzijds dienden aangepord te worden om zich te verzetten tegen sommige regeringsbeslissingen, maar anderzijds ook in toom moesten gehouden worden opdat er niet al te veel geweld zou gebruikt worden. Geen gemakkelijke job, maar door al die acties is Gilbert er niettemin in geslaagd om de Partijfederatie Gent-Eeklo immens groot te maken: ze telde op een bepaald moment meer dan 10 000 leden. Met als logische gevolg dat hij tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van ‘58 verkozen werd, en vanaf januari ’59 raadslid werd onder CVP-burgemeester Claeys. Hij was toen 30 jaar en het jongste gemeenteraadslid, reden waarom hij zich op dat moment voornamelijk met jeugdzaken bezighield.

Diegenen onder u die een beetje mijn carrière gevolgd hebben, zullen weten dat ik niet alleen óók de Handelsschool heb gedaan, én vele jaren heb gewerkt als propagandist van Bond Moyson (en dus óók in het arrondissement elke avond de afdelingen heb afgereisd) maar dat ik bovendien, zij het 18 jaar later, óók het jongste gemeenteraadslid was, toen ik op mijn 23ste startte, op 1 januari 1977 onder CVP-burgemeester Monsaert.

De gelijkenissen tussen de carrière van Gilbert en die van mijzelf zijn ongelooflijk sprekend – op één ding na natuurlijk: zijn soberheid is voor mij een brug of twee te ver…

Zowat heel zijn carrière en alles wat hij bereikt heeft, heeft hij binnen de partij bereikt. Dat verklaart ongetwijfeld ook zijn zeer sterke partijdiscipline, waar hij heel zijn loopbaan lang ook ánderen toe heeft aangezet.

Eén keer heeft Gilbert zich niet aan die partijdiscipline gehouden: toen hij in december 1979 als Kamerlid voor de BSP de enige was die zich durfde onthouden bij de stemming over het zogenaamde NAVO-dubbel besluit over de plaatsing van kernraketten op Europees (eigenlijk gewoon Belgisch) grondgebied. De Vlaamse socialisten hadden daar zeer zwaar tegen geprotesteerd maar het Partijbureau was toch gezwicht onder de druk van de ministers. Toenmalig minister Willy Claes had aan zijn fractie een tuchtstemming opgelegd, waarop Freddy Willockx uit protest weg bleef en Temmerman de meest moedige was en zich onthield. Hij zou daar later over zeggen dat het een dramatisch moment was in zijn carrière. Hij die de partij altijd zo trouw is geweest moest op dat ogenblik de groepsdiscipline doorbreken, omdat hij het stemgedrag écht niet met zijn geweten in overeenstemming kon brengen. Dat typeert Gilbert helemaal: iemand die enerzijds alles zal doen wat mogelijk is om de partij bij elkaar te houden, maar anderzijds zijn principes nooit zal verloochenen. En dat siert hem absoluut!

Maar terug naar Gent. In 1970 werd Gilbert schepen van Regieën. Hij heeft toen schitterend gedaan voor onze stad. Hij leidde de EGW, de ‘Electriciteits-, Gas- en Waterdiensten’ van de Stad Gent, en hervormde die tot een echt gemeenschapsbedrijf, ten voordele van alle Gentenaars. Eén van de belangrijkste verwezenlijkingen was ongetwijfeld de realisatie van gasverwarming, wat toen al, dixit Gilbert, ‘een enorm winstpunt voor het milieu’ was. Daarnaast had je natuurlijk ook, voor het eerst, de invoering van talrijke gunsttarieven voor minderbedeelden. De Gentse Stadsregieën toonden duidelijk aan, dag na dag, dat het beheer van energievoorzieningen door de openbare sector veel voordeliger was voor de bevolking. Gilbert lag ook aan de basis van de oprichting van het Stedelijk Grond- en Bouwbedrijf, de voorloper van ons huidig Stadsontwikkelingsbedrijf. Toén al was het de bedoeling, begin de jaren ’70, om met deze regie leegstaande fabrieken en verkrotte huizenblokken op te kopen, om ze tegen kostprijs te verkavelen voor nieuwe woningen, of om er groenzones van te maken.

U ziet, dames en heren: ik spreek over gebeurtenissen van 40 jaar geleden, en het is alsof ik over de politiek van vandaag bezig ben. Zo vooruitziend was Gilbert!

Toen Gilbert in 1971 ook nog Kamerlid werd, kon hij ook het belangrijkste wetgevend werk voor steden en gemeenten van dichtbij volgen. De Fusiewet, bijvoorbeeld, die de fusies van steden en gemeenten voorzag in 1974, was daar een onderdeel van. Naast zijn politieke mandaten, als schepen en Kamerlid, blééf Gilbert de onbetwiste nummer 1 in de BSP-federatie Gent-Eeklo. In 1975 werd hij er ook voorzitter van. Door de uitvoering van de fusies van ‘groot Gent’ op 1 januari 1977, kwam ik naast Gilbert in de gemeenteraadsfractie terecht. CVP-burgemeester Placide De Paepe had die fusie-operatie geleid in Gent. Bij de Gentenaars was er een grote schrik dat de stad té groot zou worden, dat de inwoners slechts een nummer zouden zijn, en dat het verenigingsleven ten dode zou zijn opgeschreven. Gilbert Temmerman werd in deze legislatuur opnieuw schepen van Regieën, en kreeg er ‘Leefmilieu’ bij. Hij zou geconfronteerd worden met het feit dat verschillende van de gefuseerde deelgemeenten aangesloten waren bij Gemengde Intercommunales, waarin Electrabel het voor het zeggen had. Dat die deelgemeenten zomaar zouden aansluiten bij de grote stadsregie lag niet voor de hand, want volgens de Fusiewet moesten de bestaande contracten geëerbiedigd worden door het nieuwe stadsbestuur. Toen al werkten de Stadsregieën ook samen met onze Gentse Universiteit, om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van, bijvoorbeeld, zonne-energie. Ook op dat vlák was Gilbert een voorloper.

Het goede werk van de socialisten in de gemeenteraad zou bij de verkiezingen van oktober 1982 beloond worden. De SP-fractie steeg van 15 naar 17 leden.

Maar: de ontnuchtering kwam vrijwel meteen, toen op de avond van de verkiezingen bleek dat de CVP, de gedoodverfde coalitiepartner van de SP, een geheim akkoord had gesloten met de PVV. Alhoewel beide partijen zwaar verloren hadden, vormden zij een anti-SP-meerderheid. Velen veronderstelden dat deze coalitie (geleid door CVP’er Jacques Monsaert) het werkstuk was van Wilfried Martens en Willy De Clercq, op dat moment respectievelijk premier en vice-premier, die in hun thuisstad een afspiegeling wilden van de nationale regering. Gilbert Temmerman zou de verpersoonlijking worden van een keiharde oppositiepolitiek waaraan ik, als piepjong gemeenteraadslid, mocht meewerken. Ook in dié periode heb ik verschrikkelijk veel geleerd van Gilbert. Het was tijdens deze legislatuur dat het CVP-PVV-bestuur de EGW-stadsregie privatiseerde, ondanks een ongelooflijke sterke strijd van Gilbert vanuit de oppositie. Nog in diezelfde periode werd het door burgemeester Monsaert opgelegde verkeerslussenplan in de binnenstad doorgevoerd, en nog hetzelfde jaar alweer afgevoerd… Ik verzeker u, dames en heren: de keiharde oppositie van de SP-groep, onder leiding van Gilbert Temmerman, heeft het leven van de toenmalige meerderheid er niét aangenamer op gemaakt.

Gilbert was een ongelooflijke doorzetter, een keiharde werker. 365 dagen per jaar werkte hij 12 tot 16 uur aan één stuk door, met een onuitsprekelijke gedrevenheid. Het zou mij op dit moment veel te ver leiden om u een overzicht te geven van zijn activiteiten als volksvertegenwoordiger, schepen en burgemeester van deze stad. Ik riskeer dat Pierke mij van ’t podium sleept.

Hoe dan ook: het belang van Gilbert Temmerman voor de stad Gent kan onmogelijk overschat worden. Gilbert zal de geschiedenis ingaan als ‘papa Gilbert’, zoals hij genoemd wordt in de conférences van Pierke. Dat heeft natuurlijk alles te maken met zijn grote dadendrang - of, volgens sommigen, zijn grote bemoeizucht. Diegenen die Gilbert persoonlijk kennen weten dat die drang ingegeven is door de verantwoordelijkheid die bij het burgemeesterschap hoort, en bij het leiderschap van een partij. 

Gilbert zal als burgemeester ook geboekstaafd staan als iemand die ontzettend veel gedaan heeft voor onze stad, onder andere op het vlak van cultuur ook. Denk maar aan de afwerking van de Minard, van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg op het Sint-Baafsplein, de Opera én deze schitterende concertzaal, hier in de oude ziekenzaal van De Bijloke. Van de nieuwe vleugel in het Museum voor Sierkunst, en van de nieuwe gebouwen voor het MIAT. Ook de gehele stedenbouwkundige vernieuwing en ontwikkeling van onze mooie stad is gestart onder leiding van Gilbert, onder andere voor de vernieuwing van het woonbestand. En zijn immense inzet voor het leefmilieu, én zijn strijd tegen racisme en discriminatie, zijn nu al legendarisch.

Een persoonlijke prioriteit voor hem was ook de ‘Openbaarheid van Bestuur’; en als hoofd van de Politie heeft hij zich geweldig ingespannen om de veiligheid van de Gentenaars te garanderen. De verkeersveiligheid was voor hem vooral ook heel belangrijk: hij was niet alleen de geestelijke vader van een aparte ‘Parkeer- en Verkeersbrigade’, maar hij liet ook de eerste anti-parkeerpaaltjes in, de paaltjes die echte Gentenaars vandaag nog altijd ‘Gilberkes’ noemen. Hij zou echter op het einde van zijn carrière geconfronteerd worden met het moeilijke dossier van de vrouwenhandel bij de Gentse Politie. Tot het laatste moment heeft hij de eer van zijn korps verdedigd. Ik weet dat dit voor hem persoonlijk een bijzonder moeilijke periode is geweest - en ik weet ondertussen ook, uit ervaring, dat zo’n dossiers serieus in de kleren van een burgemeester kunnen kruipen.

Ik wil dan ook besluiten met te zeggen dat het méér dan verdiend is dat Gilbert Temmerman vanavond één van de gelauwerde is voor de ‘Gentse Handjes’.

Hij heeft heel zijn leven keihard gewerkt voor deze stad. Zijn echtgenote Mariëtte en zijn zoons Eric en Marc zagen hem nauwelijks, en áls hij eens thuis was, was het om te werken… Hij zou later de rollen omdraaien om voor zijn vrouw te zorgen toen dat nodig was, met dezelfde tomeloze inzet die zijn hele leven heeft gekenmerkt.

Gilbert, ik ben er van overtuigd: álle Gentenaars zijn u bijzonder dankbaar voor wat u voor onze stad hebt gedaan!

Dank u wel.


[©m&b2011]