Goedenavond,
‘vrienden van de poëzie’!
Zowaar: een
politicus op uw bühne! Dat mag een verrassing heten,
want schreef mijn beminde vriend Guido Lauwaert niet op 16
maart nog in het weekblad Knack, dat deze ‘Nacht van de
poëzie’ óók ‘Een revolte [is] tegen de plundering van de
cultuurbudgetten door de politici’?!
En toch: hoon
mij niet weg! U heeft mij gevraagd - en wie mij
vraagt, kan mij krijgen!
Want: geen 2
politici zijn dezelfde. En bovendien: in Gent geen hakbijl,
in wat al te vaak verkeerdelijk tot ‘de hobby van de
linkse intelligentsia’ wordt gereduceerd. Dit ‘culturele
Belfort van Vlaanderen’ (treffende beeldspraak van, alweer,
Guido Lauwaert) behoeft geen draak op de top, om zijn
rechten en vrijheden te beschermen. Deze tempel heeft genoeg
aan het ‘Kunst vereedelt’, dat in sierlijke letters boven de
scène in de grote theaterzaal staat, om zijn bestaansreden
onwrikbaar in onze klei te verankeren!
Vrienden,
voor u staat een liefhebber van poëzie. Pablo Nerudo
is mijn toeverlaat, mijn metgezel, mijn ‘compagnon de
route’.
Neruda is pas
20 als hij zijn bundel ‘Twintig liefdesgedichten en een
wanhoopslied’, met het prachtige ‘Vannacht zou ik’:
Vannacht zou ik zeer trieste verzen kunnen
schrijven.
Bijvoorbeeld schrijven: 'De nacht is aan
scherven gevallen,
en ver weg huiveren de sterren blauw'.
De nachtwind kolkt in de lucht en zingt.
Vannacht zou ik zeer trieste verzen kunnen
schrijven.
Ik hield van haar, zij soms van mij.
In nachten als deze hield ik haar in mijn
armen
en kuste haar zoveel en zoveel onder de
eindeloze hemel
Ze hield van mij, ik soms van haar.
Hoe zou ik niet van haar grote, stille ogen
hebben gehouden.
Vannacht zou ik zeer trieste verzen kunnen
schrijven.
Te denken dat ze niet de mijne is. Te voelen
dat ik haar verloor.
De onmetelijke nacht te horen, nog
onmetelijker zonder haar,
het vers valt dan in de ziel als de dauw op
de weiden.
Wat maakt het uit dat mijn liefde haar niet
vasthield.
De nacht is aan scherven gevallen en ze is
niet bij mij.
En dat is alles. In de verte zingt iemand. In
de verte.
Mijn ziel is ontevreden omdat hij haar
verloor.
M'n blik zoekt haar om haar naderbij te
brengen.
Mijn hart zoekt haar en ze is niet bij me.
Het is dezelfde nacht die dezelfde bomen wit
maakt.
Maar wij, die van vroeger, zijn niet meer
dezelfden.
Zeker, ik hou niet meer van haar, maar
hoeveel hield ik van haar.
M'n stem zocht de wind om haar oren te
beroeren.
Van een ander, een ander, zal ze zijn. Zoals
vóór mijn kussen.
Haar stem, haar helder lichaam, haar
eindeloze ogen.
Zeker, ik hou niet meer van haar, maar
misschien hou ik toch van haar.
De liefde is zo kort, het vergeten zo lang.
Want in nachten als deze hield ik haar in
mijn armen,
mijn ziel vindt geen vrede omdat hij haar
verloor.
Hoewel dit de laatste pijn is die zij mij
doet lijden en dit de laatste verzen zijn die ik voor haar
schrijf.
Vrienden, ik
heb een missie: van Gent een duurzame, open en
solidaire stad maken.
Een échte,
waarachtige missie, in woorden gevangen - een sterk staaltje
‘managementpoezie’:
‘Gent, een
scheppende stad, die door een doorgedreven bundeling van
alle creatieve krachten, een voortrekkersrol speelt, in de
totstandkoming van een duurzame, open en solidaire stad.’
Even jong als
Neruda toén, is Wouter Rogiest nú – laureaat van de
wedstrijd ‘Doe beter dan Richard’ [Minne] op Gentblogt in
2007, en auteur van de lofrede ‘Gent’ in ‘Om Gent
Gedicht’:
‘Gent, kop en
hart, ge zijt een schone stad,
met uw
driekoppig vergezicht
over uw lint
Leie heen.
Uw helling op
de brug, verdikke,
waar gij uw
stadse pracht
in een
uitgelezen postkaart afficheert.
Ik ben er
graag nabij
wanneer de
avonden warmer worden.
De stenen
kades aan de Leie
telen er gras
en koren in hun naam.
We lengen de
hitte en avond met fezelen,
grappen, en
zelfs met teder zijn.
Maar Gent, ik
die u ken,
ik vat u niet
in uw embleem.
Gij masochist
draagt graag een strop
naar één of
ander oud verhaal.
Kan ik er aan
doen
dat ‘k in u
geen galgen zie?
Zelfs tijdens
uw Feesten
blijft gij
voor mij
die tedere
kade koren en gras
waar wij uit
elke leiband stappen.’
Vrienden, verzet bakens, breek muren met blote handen; laat
uw woorden het enge grauw des mensen aan scherven slaan, en
u zult zien: de wereld wordt écht een mooiere plek.
Geen betere plek om dáár mee te beginnen dan in Gent.
